Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.748
aan eene A vormig gebogene stang rr is verbonden, welke aan de beide ein-
den weder kleine horizontale staafjes draagt, die beurtelings in een rad.«
grijpen, dat 12 tanden bevat, welks as door eene cirkelvormige plaat gaat,
en aan haar eind een' wijzer draagt. Op den rand van het cirkelvormige
bord staan de letters van het alphabet, benevens een punt. Dit alles is duide-
lijk uit de figuur zigtbaar. Men stelle het zich in de teekening voor, alsof
hel letterbord, dat zich eigentlijk voor de kast V bevindt, doorschijnend ware,
zoodat wij de letters van achteren, eu dus omgekeerd op het bord zien staan.
(Men moet vooral den arm r, die regts ligt, met r links vereenigd beschouwen:
dit is in de figuur niet juist aangewezen.)
Men ziet dat, wanneer de stroom, die door de draadomwindingen in A en
B rondloopt, gedurig wordt omgekeerd, ook het getande rad s telkens bij elke
omkeering eenen halven tand verder rond wordt gevoerd, en dus de wijzer, bij
iedere omkeering des strooms, of eiken gang regts en eiken gang links van
het staa^e C, eene letter verder springt.
Onder aan het magneetje C hangt nog eeu kogeltje/, dat bij elke slingering,
die het eerste maakt, tegen een klokje h sloot, welks geluid dient, om aan
den persoon, die seinen ontvangt, te doen kennen, dat er zal geseind wor-
deu, of, zooals men dat noemt, tot wekker te verstrekken.
De opwekking en omkeering van den .stroom geschiedt, als men wil, op
uren afstands. De toestellen, waarmede zulks plaats heeft, ziet men in de fi-
guur ter linker zijde staan Men herkent hierbij ongetwijfeld den stroomkeer-
der Z van Elias; den roodkoperen draad aaa verbeelde men zich uren lang
te zijn, en, zooals vroeger beschreven is, door elastieke gom of gutta percha
geïsoleerd op paaltjes boven over den weg te liggen. De paalljes zijn tegen
inwatering beschermd, door glazen koppen, die boven op de toppen over den
draad geplaatst zijn.
In X staat een galvanisch element, welks pooldraden bij p en >i zijn vast-
geschroefd. Dit element behoeft slechts eene zwakke werking tot stand le
brengen, daar eene geringe bekrachtiging van de hoeven A en B reeds in
staat is, ora het magneetje aan te trekken en af te stooten.
De beide pooldraden p en n reiken in de verbindingsknopjes q en /, en
daar nu in den commutalor (zie fig. 4^4) veêr t op de achterzijde, en s
op de voorste helft des cilinders drukt, zoo gaat de stroom van 7, over f,
x, wy de koperplaat F, door de aarde naar de koperen plaat TV, vervolgens
door de omwindingen der beide hoeven A en B, keert langs den draad n a a
boven over den weg terug naar het knopje m, van dit, onder het plankje door,
naar het stijltje v, treedt vervolgens op de naar ons toegekeerde helft van den
cilinder Z, daarna langs de daarop ruslende veêr z naar den knop /, om zoo in
zich zelven terug te keeren.
liet is zeker der aandacht van den lezer niet ontsnapt, dat wij zeiden, de
stroom gaat door de aarde van F naar TF. Dit is eeue onldekkitig van Steinheil