Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
lU
het voorste zal henen gaan, en langs n' in zichzelven moet terugkeeren. Het
staafje nz wordt nu magnetisch, en er zullen in z en n dus polen ontstaan, die
met A^ en Z of gelijknamig of ongelijknamig zijn; in het laatste geval wordt z
naar N heen getrokken en n naar Z. Door den ontvangen indruk geraakt de
draad n' over het middelschot heen in den achtersten kwikhak, en de draad p'
iu den voorsten; de beide polen zijn nu omgekeerd, en tegelijk stoot dus Z de
pool n af en iV de pool z. Het overige is duidelijk; de omwenteling van het
staafje z n zal dus zoo lang duren als de stroom aanhoudt.
Het lichtverschijnsel is bij het afbreken des strooms gelijksoortig aan dat,
wat wij bij de inrigting van van der Weijden deden opmerken. Het is verder
duidelijk, dat men den magneet N Z ook als electfo-magneet kan inrigten.
Daartoe heeft men slechts de einden der draadwindingen, om iV Z liggende,
in de beide kwikbakjes te leiden.
Jacobi te Petersburg paste het eerst de hier behandelde roterende beweging
in het groot toe. Zijn toestel kwam in aard overeen met die, welke wij in
fig. 456 hebben beschreven, echter was bij hem de spil s zelve beweegbaar en
daaraan was de hoef C D bevestigd. Verbeelden wij ons verder, dat de hoe-
ven bij zijne inrigting horizontaal lagen, dan zal het niet veel moeite kosten,
om in te zien, dat met die draaijende spil s een daaraan bevestigd rad kan
worden rondgevoerd. Werkelijk bragt Jacobi dan ook in 1839 op dergelijke
wijze eene boot op de Newa met bijna 1 paardekracht in beweging. Hij ge-
bruikte daartoe 64 grovesche cellen.
De mogelijkheid, om door het electromagnetismus werktuigen te bewegen,
was alzoo bewezen; Stratingh te Groningen bragt er een wagentje mede in
beweging, Wagner in Frankfurt is aan de toepassing der galvanische electrici-
teit op den machinen-bouw jaren achtereen werkzaam geweest, en is nog tot
geene gewenschte uitkomst geraakt : ook de heer Elias te Haarlem beschreef
in eeu, iu den jare 1842 te Haarlem uitgekomen werkje, eenen rotatie toestel.
Men kan, niettegenstaande al deze uitvindingen, voor als nog niet met grond
hopen, dat de electromagnetische beweegkracht als nuttige werking bij het
drijven vau werktuigen in toepassing zal worden gebragt, en wel daarom niet,
dewijl het verbruik van zink, zwavelzuur en salpeterzuur, naar evenredigheid
van de krachtsontwikkeling, te veel kosten baart.
Fig. 458 geeft de afbeelding van een zinrijk uitgedacht werktuigje, tot
voortbrenging eener rondgaande beweging, dat, wat het beginsel betreft, het
eerst door Page is uitgedacht, en het verschijnsel van aantrekking ten grond-
slag heeft, dat wij op bladz. 730 bij het inbrengen van een' ijzeren staaf in
den ring van Elias deden opmerken. A en B stellen twee klossen voor met
een aantal omwindingen van geisoleerd koperdraad voorzien. In elk dezer
klossen bevindt zich eene staaf of kern Cen D van week ijzer, die aan de armen
van een' om het punt F draaijenden hefboom G F E hangen, aan welken een
verlengstuk G H is aangebragt, dat aan eene kruk K is verbonden. Door de