Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.733
vau het pijltje omwentelen, want dan treedt de galvanische stroom eerst in
c en zal dus, volgens de eerst aangenomen onderstelling, z tot noordpool
maken. Zeer opmerkehjk is het, te zien, hoe hij het verwisselen der polen van
CD, of liever het gedurig afbreken van den stroom, de electrische vonken van
den draad op het kwik overspringen; de kwikvlakte is zelfs hij de ronddraaijing
in beide hakjes met een zeer helder licht bedekt.
Men ziet ligtelijk in, dat men de beweging van den hoef gemakkelijk op eenig
raderwerk zou kunnen overbrengen; daartoe konde boven op den hoef CD een
horizontaal getand radertje bevestig<l worden, welks tanden grepen in een
grooter rad, dat ook horizontaal of wel vertikaal in de nabijheid van het
eerste bevestigd was.
De rotatietoestel van Ritchie is eenvoudiger dan de beschrevene. Hij vor-
dert evenwel een' bhjvenden magneet, dat bij de behandelde inrigting het
geval niet is. Men ziet in fig 4^7 hiervan eene afbeelding. A'Z is een hoef-
vormige staalmagneet, die de plaats vervangt van den hoef AD in fig. 456;
nz is een staafje week ijzer, om hetwelk een, door zijde geïsoleerd, rood koper-
draad is gewonden. Dit staafje rust op een koperen pennetje, dat weder los
F/y. 4^7. in een busje sluit, en het kan dus
gemakkelijk ronddraaijen. Het
busje staat verder, even als de
staaf j van fig. 456, in het midden
van een beenen of verlakt houten
bakje //, dat door een middel-
schotje in twee bakjes is verdeeld,
waarin het kwik zoo hoog wordt
gegoten, dat het weder, als in dc
bakjes e en c van fig. 4^6, even
boven den tusschenwand staat.
De einden p n', van den om n z
liggenden spiraal, strijken bij het
ronddraaijen van dit staafje door
het kwik, maar tevens over den
tusschenwand heen Tn elk der
beide kwikbakjes reikt door ope-
ningen, welke in den bak B zijn
gehoord, een draad p" en n", die
ieder met eene pool van een'
galvanischen toestel kunnen ver-
bonden worden. Wordt er nu een
stroom door deze draden geleid,
die bij p" ingaat, dan is het zeer gemakkelijk te begrijpen, dat deze door het
achterste kwikbakje op den draad p en vervolgens door de omwindingen z n, in