Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
_^iilMl 'llli^ »!|:Mm II
A [i is een hoefijzervormig gebogen week ijzer, dat aan een liouten toestelletje
bevestigd is. Deze hoefis spiraals wijze omwoeld met een strookje dik plaatkoper
van omtrent 4 streep breedte, en de omwindingen zijn geïsoleerd, door den hoef
met zijde te bekleeden en tusschen de koperdraden touw te leggen, even als
vroeger is vermeld. Ten einde den hoef goed vast te doen staan, zijn er uit het
plankje FG ter wederzijde cirkelvormige stukken weggenomen, waarin zijne
pooleinden n en juist sluiten. Ilet eene einde nik van den draad gaat naar
eene kleine verdieping k in het voetstuk, die met kwik wordt gevuld; het
andere draadeinde h g is gedompeld in een dergelijk kwikbakje g. C D ïs
een tweede hoef, die juist zoo groot is als de eerst beschrevene, en ook op
dezelfde wijze is toegerust. Deze hoef heeft bij h eene kleine holte, en rust
daarmede op de punt van eene geelkoperen staaf a, waardoor hij in evenwigt
hangt, eu op deze staaf als as kan ronddraaijen; om het slingeren te voorkomen,
is het goed, een dun plankje te nemen, daarin een gaatje te boren, en het tot
beneden op de staaf s le schuiven, waardoor het dan tevens tegen de pool-
einden van den hoef CD stoot eu dezen op gelijken afstand van de slaafs houdt.
De beide einden van den draad, die om den hoef CD gewonden is, dompelen
in twee half cirkelvormige uilholingen c en c, die in het plankje F G zijn
gemaakt en ingelijks met kwik gevuld ziju. Het eene bakje c is door middel
van een reepje koper of een' koperdraad c m b, in geleidende gemeenschap