Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.724
Fi,j. 448. Fig. 449
It

bewezen, dat de ontlading der leidsche flesch ook het vermogen bezit, ora staal
magnetisch te maken, en in dit opzigt komen dus de wrijvings- en galvani-
sche E al weder met elkander overeen. Reeds de indompeling in ijzervijlsel
van een' sluitdraad eener batterij, waardoor een genoegzaam krachtige stroom
wordt geleid, bewijst de magnetische werking der E; want het ijzervijlsel
blijft aan den draad hangen, zoolang de stroom voortduurt. Ook kan men op
gelijke wijze als op bladz. 639 is vermeld, kleine staalnaalden door een zeer
zwakken stroom blijvend magnetisch maken. Daartoe windt men weder een
koperdraad om eene glazen buis [(zie fig. 448 en 449) en leidt door die om-
windingen den stroom heen. Uit de pijltjes in beide
figuren blijkt, dat in de eene (fig. 44^) de stroom in
de rigting van de wijzers eener klok de omwindingen
doorloopt, wanneer men namelijk het einde b naar
zich toe keert, en in de andere juist eenen omgekeer-
den weg volgt. Indien men zich nu aan dat einde van
den spiraaldraad plaatst, van waaruit gezien de stroom
in de omwindingen rondloopt, volgens eene rigting, die
met de beweging van den uurwijzer eener klok overeenkomt,
zoo zal het naar ons toegekeerde einde van het ijzer of
staal de zuidpool zijn, dat is, het einde uitmaken, het-
welk zich van de vrij zwevende naald naar het zuiden
zal rigten. Iu fig. 448 zal dus 6, in fig. 44^ 0 de zuid-
pool van de naald worden. De bovenstaande wet is
bijna eensluidend met die van Ampère (zie bladz. 685).
Men kan op eene overeenkomstige wijze uit zacht
ijzer, door middel van den galvanischen stroom, tijdelijke magneten vormen,
die, omdat zij door de electriciteit magnetisch worden gemaakt, den naam van
electromagneten verkrijgen, en die verreweg de staalmagneten in vermogen overtref-
fen. De wijze, op welke dit geschiedt, is door fig. 450 aanschouwelijk gemaakt.
Een met zijden of katoen overtrokken, liefst dik
roodkoperdraad wordt om een rond, tot den vorm
van een hoefijzer omgebogen, stuk ijzer gewonden,
zoodanig, dat de schroefvormige omwindingen digt
tegen elkander liggen, en op beide beenen van den
hoef altijd denzelfden weg omgaan.
Door het bekleeden van den draad met zijde
kan vooreerst de stroom niet in het ijzer over-
gaan, en ten andere is hij genoodzaakt den gehee-
len draad te doorloopen. Treedt nu de positieve
stroom bij a in, zooals door het teeken -4- is aan-
geduid, dan vormt zich ook bij a de noord- en bij b de zuidpool. Fig. 451 dient,
om de wet der polariteit voor alle dergelijke gevallen aanschouwelijk te maken.

Fig. 450.