Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.709
vlakte van den penning, en dus aan de negatieve pool neder. Na 24 uren is de
frf laag koper dik genoeg, om haar van den penning af te nemen. De vorm, dien meu
Ml alsdan verkregen heeft, en waarop al de verhevenheden des pennings verdiept
n zijn, kan dienen, om er weder koper op te doen afzetten, en alzoo den penning
p? te vermenigvuldigen.
' I Van den poreuzen tusschenwand hangt zeer veel, wat (fe werking betreft, af.
fa^ Deze opmerking geldt voor alle galvanische toestellen. De potten van zeer fijne
H pijpaarde vervaardigd, en welker wanden zoo dun mogelijk zijn, voldoen het beste.
Bestaat het voorwerp, dat men wil vermenigvuldigen, uit geene goed gelei-
dende stof, hij voorbeeld tin of ijzer, men kan er dan eenen vorm van maken.
Daartoe voorziet men den penning meteenen opstaanden rand van papier, en
giet er een weinig gesmolten was en stearine op, welke vloeistof, gestold zijnde,
een'fraaijen vorm geeft. Daar echter deze niet geleidend is, zoo overdekt men
hem, door middel van een zacht penseeltje, met potlood. Deze vorm wordt op
dezelfde wijze als de penning aan den draad vastgemaakt. Het koperdraad moet
vooral met de dunne podoodlaag in aanraking zijn.
Uitmuntend goede vormen maakt meu ook van gutta percha, dat men eerst
j in kokend water zacht gemaakt heeft en dan door eene klemschroef op het te
vermenigvuldigen voorwerp drukt. Ook deze worden eerst met potlood bestreken.
Kr is nog niet verklaard, wa.irom het plankje m« (zie fig. 436) in het glas ge-
vonden wordt. Het dient, om er kristallen kopervitriool op te werpen, teneinde
door het wegsmelten van deze, aan te vullen, wat de oplossing aan koper ver-
liest; want hoe meer koper zich afzet, hoe helderder de vloeistof wordt eu hoe
minder metaal Zij dus bevat.
Men heeft in deu laatsten tijd een zeer belangrijk gebruik gemaakt van de gal-
vano-plastiek. Wij willen hier slechts één geval opnoemen.
Het is den lezer zeker bekend, dat de afbeeldingen, die iu dit werkje voorko-
men, eerstin hout gesneden en daarna afgedrukt zijn. Nu is het te verwachten
dat, indien er buitengemeen veel afdrukken worden gemaakt, de figuxen, veel
van hunne scherpte en juistheid zullen verliezen, ja dat zij zelfs in het vervolg,
wanneer aan dit werk meer herdrukken mogten te beurt vallen, onbruikbaar
zullen worden. Zulks verpligt den uitgever om de figuren op nieuw le doen snij-
den. Dit bezwaar kan men nu door de galvanoplastiek vermijden: men verza-
digt eerst de houtplaat met, olie of ook wel met water, overdekt haar met eene pot-
loodlaag, verbindt er van achteren een reepje koper aan met hars en was, hangt
haar op de voorschrevene wijze in de koper-vitriool-oplossing, en vermenigvul-
digt haar zoo dikwijls men verkiest. De langs dezen weg verkregene koperplaten
hebben al de scherpte en juistheid van de oorspronkelijke; enkele in dit werkje
voorkomende figuren zijn op die wijze verdubbeld.
De aanwending der galvano-plastiek op de nabootsing of vermenigvuldiging
van voorwerpen vau kunst is reeds zeer uitgebreid. Zelfs heeft men in den
laatsten lijd vruchten, insekten, ja eene spin met haar geheel netwerk ver-