Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.725
Fig. 433.
(le oorzaak van tle verzwakking, tlie de wollastonsche batterij ondergaat (zie
bladz. 654). Beschouwen wij dit thans naderen onderzoeken wij, waarin eigent-
lijk de oorzaak der voortdurende werking eener constante batterij te vinden is.
Vooronderstelt, dat er een paar platen van zink en koper in verdund zwavel-
zuur gedompeld worden (zie fig. 433), even als zulks in een enkel ghs van de
wollastonsche batterij geschiedt (zie ook fig. 4O6), en
laat deze enkelvoudige keten met den koperen draad a
gesloten worden. Door den electrischen stroom, welke
nu hierin omloopt, wordt het water, dat zich tusschen
de zink- en koperplaat bevindt, gescheiden: het wa-
terstofgas wordt vrij en gaat naar de koperen negatieve
poolplaat, die de stroom geheel met waterstof overdekt;
daardoor wordt de vloeistofgedeeltelijk van de koperplaat
afgehouden; en dewijl het koper, met waterstof in aan-
raking komende, negatief-electrisch wordt, zoo vernie-
tigt deze aanraking daarenboven een gedeelte van de
werking des strooms, dewijl zij eenen stroom veroor-
zaakt, tegengesteld aan dien, welke de aan elkander
soldering van den koperdraad en de zinkplaat voortbrengt. Nog vormt het zink,
zoo als gezegd is, met het zuur, zinkoxyde, dat de plaat geheel bedekt. Is nu
in den sluitdraad a een galvanometer geschoven, dan ziet men, dat de stroom
onophoudelijk verzwakt. Die verzwakking ontstaat: 1' omdat de laag oxyde
op de zinkplaat, en de laag waterstof op het koper, den geleidingstegen-
stand zeer vermeerderen; 2' omdat het zwavelzuur des vloeibaren gelei-
ders zich met het gevormde zinkoxyde tot zwavelzuur zinkoxyde ofzinkvi-
triool vereenigt, dat door den stroom weder ontleed wordt; hierdoor slaat er zich
zinkmetaal op het negatieve koper neder, en er ontstaat alzoo uit de aanra-
king dier twee metalen een tegengestelde stroom; 3* omdat, gehjk boven is
aangewezen, een dergelijk verschijnsel met het koper en de waterstoflaag plaats
grgpt. Men moet derhalve vooral zorgen, dat er zoo min mogelijk zinkoxyde
wordt gevormd, en daar dit vermeerderd wordt door de vreemde bestanddee-
len, als koolstof en ijzer, die in het gewone zink voorkomen, eu die toch ook
met de vloeistof in aanraking zijn en de oxydatie bevorderen, zoo is het nood-
zakelijk om de zinkplaten te amalgameren, dat is met kwikzilver te bedekken.
Dit geschiedt het gemakkelijkste door eerst met zeer verdund zwavelzuur het zink
af te wasschen, en vervolgens over het nog vochtige metaal kwikzilver te gie-
ten, dat men dan gelijkmatig met watten of hennip over het zink kan heen-
strijken of verdeelen. Door deze gelijksoortige laag wordt de aanraking der
ongelijksoortige bestanddeelen van het zink met de vloeistof vermeden. Zet
men nu daarenboven tusschen het koper en zink eene poreuse tusschenwand,
die ongehinderd den stroom doorlaat, maar uiterst langzaam de vloeistof, en
dus het gevormde zinkvitriool laat doortreden, zoo wordt de afzetting van het
31