Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.699
Fig 427.
beide draden heen. De klokjes blijven natuurlijk door de
dampkringsdrukking met water gevuld, en opdat zij be-
hoorlijk op den bodem van het glas zouden vastslaan, kan
men, alvorens hel glas te gebruiken, er een weinig hars
ingieten, waarboven de draden uitreiken, en waardoor
men eene gladde oppervlakte verkrijgt. Verbindt men nu,
door middel van klemschroefjes of kwikbakjes, de beide
draden ƒ en ƒ' met de polen van een' galvanischen toestel,
zoo ontwikkelen zich in de beide klokjes, wanneer de stroom
sterk genoeg is, eene menigte gasblaasjes, die het water er
uitdringen. Bij onderzoek blijkt nu, dat zich in het glaasje
t, waarin de draad uitkomt, dieaan de positieve pool is verbonden, zuurstofgas
heeft verzameld, en dat in het stolpje w, hetwelk met de negatieve pool in ver-
band staat, waterstofgas gevonden wordt. Het spreekt van zelf, dat de beide
klokjes van onderen niet geheel van de omliggende vloeistof moeten afgesloten
zijn , opdat de galvanische stroom van den eenen draad, door de vloeistof heen,
naar den anderen kunne vloeijen, en dat zij door een boven op den rand van het
glas rustend plankje met twee openingen voorzien, waarin de buisjes passen,
staande worden gehouden. De ontwikkeling der beide gassoorten is des te sterker,
hoe nader de beide pooldraden ƒ en bij elkander zich bevinden, en hoe breeder
zij zijn, dat wil zeggen, hoe grooter de metaaloppervlakte is, die met het water
in aanraking komt, altijd echter in de vooronderstelling, dat de stroom eene
genoegzame kracht bezit.
Deze proef levert een treffend bewijs op voor de overeenkomst, die er is, tus-
schen de wrijvings- en galvanische electriciteit (ziebladz. 64O N". 25).
Het is eene zeer gewigtige daadzaak, die daar vermeld is. — Deze, de eerste
en belangrijke scheikundige werking der galvanische kolom, werd in denjare
1800 ontdekt door Carlisle en Nicholson. Die beide natuurkundigen hadden in
der haast eene kolom opgestapeld van zilveren geldstukken, zinkplaten en voch-
tige bordpapieren schijfjes. Na eenige proeven wekte de eigendommelyke reuk
van het waterstofgas hunne opmerkzaamheid, en dit leidde tot de vermelde ont-
dekking. Alzoo was dan het water eindelijk in zijne grondstoffen ontleed. Het is
waar, wij hebben die ontleding op bladz. 242 vermeld, en er is aldaar aange-
toond, hoe men door verbinding van waterstof- en zuurstofgas water kan voort-
brengen; maar de afscheiding der beide gassoorten uit het water was nog niet
tot stand gebragt.
Om de vermelde proef wel te doen slagen, en de beide gassoorten afzonderlijk
te verkrijgen, is het noodig de beide draden/en ƒ' van platina te vervaardigen,
of wat nog beter is, door platiiia-plaatjes te vervangen, die aan de koperdraden
vaslgesoldeerd zijn, want bezigt men zink of koperdraad, zoo zal het zuurstofgas
in het stolpje z den draad aangrijpen, zich met dezen vereenigen, en hem weg-
bijten of oxyderen; daarom moet ook het koperdraad, voor zoo verre het in