Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
69i
len noemen. Deze lengte x moeten wij dus bij de lengte der draden optellen,
en de eerste kolom van het vorenstaande tafeltje, of de lengte des draads,
wordt dan X-f- 6, x-f-10, x40, x-f-70 en ar 4-100. Omnutewe-
ten of werkelijk het eerste gedeelte der stelling waar is, dat men ook op de
volgende wijze kan uitdrukken: de sterkte van de electrische stroomen, ver-
houden zich omgekeerd tot elkander aU de lengte van den sluitdraad, — moeten
wij ^^or X overal dezelfde waarde verkrijgen; wij hebben dan, om x te kennen,
volgens het tafeltje :
X : X 4- 5 omgekeerd = 1,880 : 0,840 ;
waaruit volgt x^;^ 4»11' Stelt men op dezelfde wijze de 1® waarneming met
de 2®, 3« enz. in vergelijking, zoo vindt men overal voor x bijna dezelfde
waarde; het gemiddelde uit die getallen zal men bevinden te zijn 4>08; zoodat
de tegenstand, dien het element en de houssole aan den stroom bieden, mag
gelijk gesteld worden aau den tegenstand eens draads van gehjke dikte als de
ingeschovene, en van 4,08 el lengte. Telt men nu bij elk der getallen van de
eerste kolom uit het tafeltje het getal 4)08 op, zoo zullen zij allen zeer nabij
tot elkander staan, in de omgekeerde reden van de lengte der daar achter geplaat-
ste tangenten, zoodat daardoor het eerste gedeelte der wet bewezen is. Op
dergelijke wijze kan men het tweede gedeelte der stelling bewijzen: n. l., dat
de stroomsterkte evenredig is aan de doorsnede der sluitdraden. Men kan bij-
voorbeeld in plaats van een' draad van 1 el lengte, er een' inschuiven van vier-
maal minder doorsnede of tweemaal minder middellijn, en van ^ el lengte,
en men zal dezelfde afwijking der naald in de tangenten-boussole verkrijgen.
Hoe dikker sluitdraad derhalve, hoe minder tegenstandbieding, maar hoe
langer, hoe meer tegenstand er overwonnen moet worden; bijgevolg zullen twee
draden, van hetzelfde metaal, gelijken geleidingstegenstand bieden, als hunne leng-
ten omgekeerd tol elkander staan als hunne breedten.
Indien men eenen iu deu sluitdraad der batterij ingeschoven draad met een'
anderen van hetzelfde metaal verwisselt, welke 2, 3, 4 enz. maal zoo dik is,
zoo moet men deze 4» 16 enz. maal zoo lang maken, wanneer de stand der
tangentenboussole dezelfde zal blijven.
Om de vatbaarheid voor geleiding van verschillende metalen door de hous-
sole te leeren kennen, heeft men slechts weder draden van verschillende me-
talen tusschen den sluitdraad te plaatsen.
Stel bijvoorbeeld, dat er achtereenvolgend tusschen gevoegd worden koper-,
messing-, ijzer- en nieuw zilverdraden, elk van 5 el lengte en volmaakt gelijke
dikte, en zij die dikte ruim een halve streep; dan zal de naald der tangenten
houssole teruggaan, bij koperdraad 37"
» messingdraad 19'
n ijzerdraad 12^'
« nieuwzilverdraad 6^'
Even groote afwijkingen kunnen nu ook verkregen worden met koperdraad