Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
TWEEDE AFDEELING.
DE BEWEGING EN HET EVENWIGT DER VASTE
LIGCHAMEN.
VEERTIENDE LES.
De rust eo de beweging in het algemeen. Yerschillende
soorten van beweging,
Wij hebben tot hiertoe slechts de eigenschappen der ligchamen behandeld,
zonder ze bepaald in rust ot in beweging te beschouwen. Toen wij, bij de behan-
deling der traagheid en zwaarte, van bewegingen spraken, hebben wij die bewe»
gingen niet in haren aard onderzocht. Thans zal dit onderzoek den inhoud de-
zer afdeeling moeten uitmaken.
Een ligchaam kan in nisl of in beioeging zijn. W^ij zeggen dat het in rust is,
wanneer het onbewegelijk dezelfde plaats blijft innemen De tafel, met al wat er
opslaat, is in rust. Die rust is echter slechts betrekkelijk; want de lamp drukt,
ten gevolge der zwaartekracht, de tafel, en deze laatste wederom den grond. Gij
hebt ook vernomen, welk vermogen de warmtestof op de dingen uitoefent. In
volstrekte rust is er dus eigentlijk niets. Behalve dat, alle dingen gaan immers
met de aarde voort, terwijl zij om zich zelve en om de zon wentelt? Of een lig-
chaam in rust of in beweging is, laat zich alleen uit zijne ligging ten opzigte
van andere ligchamen beoordeelen.
Een ligchaam is in beweging, wanneer het geheel of slechts voor een gedeelte
van plaats verandert. De slinger van een uurwerk, een vallend ligchaam, is in
beweging; de tol, op eene plaats ronddraaijende, beweegt zich, want ieder hout-
deeltje neemt telkens eene andere plaats ten opzigte der ruimte in.
Treurig zou het verblijf op aarde zijn, indien er geene beweging rondom
ons ware. Alle verandering toch be.staat in beweging, en door die verandering
biedt de aarde ons zooveel verscheidenheid en afwisseling van tooneelen.
Zullen de ligchamen zich bewegen, dan is er kracht noodig. Zonder kracht
kan er geene beweging zijn. Deze waarheid ligt in de vroeger gegevene bepa-
ling van kracht opgesloten. Ten andere moet er ruimte zijn, waardoor de
plaatsverandering mogelijk wordt; ten derde behoeven de ligchamen tijd, om
deze beweging te volbrengen.
W^at men door nn'njte verstaat, heb ik u in de eerste les duidelijk verklaard:
het is die oneindigheid van plaats, waarin alle dingen bestaan en waarvan zij
ieder een gedeelte innemen. Dat ik lot het voortbrengen van beweging ruimte
behoef, is duidelijk; want wil ik bij voorbeeld met een' hamer een' spijker in