Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.588
De bovenste naald beweegt zich over eenen in 360 graden verdeelden cir-
kel, zooals het in fig. 4^3, die eenen volkomen galvanometer voorstelt, is
Fig. 423.
duidelijk gemaakt. De middellijk, welke O'
en ISO'' verbindt, wordt in den magnetischen
meridiaan gesteld. Is er nu geene strooming
aanwezig, zoo staat de naald op O*. Met toe-
nemende sterkte van den stroom wijkt zij
sterker af, en de rigting, waarin dit ge-
schiedt, wordt, gehjk gezegd is, door de
rigting vau den stroom bepaald.
De beschrevene multiplicator is hoofdza-
kelijk bestemd en geschikt, om zeer zwakke
electrische stroomen, van wier aanwezig-
heid men zich op geene andere wijze zoude
kunnen overtuigen, zigtbaar te maken, (zie
bladz. 518). Wil meu dit werktuig aanwenden, om de kracht van deze stroomen
onderling te vergelijken of, zooals meu het noemt, deze te meten, dan moet men
zich vooraf door proefnemingen verzekeren, in welke verhouding de stroomkracht
tot de afwijking der naalden staat, welke verhouding voor elk werktuig verschil-
lend is; het werktuig verdient daarom meer den naam van galvanoskoop of rheos-
koop dan van galvanometer. Bij stroomen, welke slechtseenen geringen tegenstand
overwinnen kunnen, gebruikt meu multiplicators met dikke, korte draden en
gevoelige naalden; voor stroomen, die een'sterken tegenstand kunnen vermees-
teren, maar eene geringe hoe-
Fig. 424-
veelheid E bezitten, bezigt men
zeer lange, dunne draden en dus
vele windingen.
Een werktuig, dat beter dan
het voorschrevene geschikt is,
om als maat voor de stroomsterkte
te dienen, vinden wij in de inrig-
ting, waarvan fig. 4^4 eene
afbeelding geeft. De stroom wordt
hier door een' ring op de vol-
gende wijze rondgevoerd : ina en
b bevinden zich twee kwikbakjes,
waarin de draden der batterij wor-
den gedompeld; de draad c d staat
met het kwikbakje a, eu m m met
b in gemeenschap Nemen wij nu
aan, dat de positieve stroom langs
m n loopt, dan gaat hij bij m op