Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.82
geleider op de eene plaats van den draad, namelijk aan hel einde, waardoor hij
met den conductor was verbonden, sterker was gespannen dan op eene andere
plaats. Eveneens is het in de kolom van Volta gesteld. De E bevindt zich bij
eene geïsoleerde kolom aan de polen in spanning, en al worden nu deze laat-
sten door een' geleiddraad verbonden, dan kan de toestand van spanning niet
eindigen; want hield zij op, zoo zou er geene electriciteit van de polen kunnen
wegstroomen, de E zou door den draad niet kunnen heen gedreven worden. Er
is dus eene zekere spanning, of eene zekere drukking der E noodig, zal er be-
weging ontstaan, en de geleidingstegenstand van den geleider, door welken de
stroom vloeit, overwonnen worden.
De hoeveelheid die door eenen geleider stroomt, hangt dus eigentlijk van
twee zaken af: vooreerst van den tegenstand, dien de geleider biedt, en ten an-
(lere van de spanning of drukking, die de electriciteit door den geleider heen stuwt;
de eerste is de vertragende, de laatste de versnellende kracht voor den stroom:
dat is, de eerste, de tegenstand, werkt verminderend, de tweede, de spanning
of drukking, werkt vermeerderend op de hoeveelheid doorstroomende E. Maar
wij hebben gezien, dat ook de galvanische keten zelve, door minder goede ge-
leiding van het vocht, aan den stroom tegenstand biedt, welke tegenstandbie-
ding met het aantal platen vermeerdert; dit werkt dus ook nadeelig op de hoe-
veelheid stroomende E.
Indien wij nu willen uitdrukken, hoe het met de sterkte van den stroom ge-
steld is in een enkelvoudig, door eeu geleiddraad gesloten element van den
voltaschen toestel, en wij noemen daartoe de spanning, v^'elke eigentlijk den
stroom doet ontstaan, e, den geleidingstegenstand tusschen het paar platen
zelf (', en dien in den sluitdraad t, dan zullen wij de gezegde sterkte van den
stroom verkrijgen, indien wij e deelen door de som van t' en t, Wy hebben dus,
de sterkte van den stroom van een enkel element s noemende, s ^ ^
Heeft men nu n zulke elementen tot eene kolom vereenigd, zoo zal de span-
ning, welke den stroom in beweging zet, ne zijn, dat is n maal de spanning
van eeu enkel element; maar dan is ook de tegen stand bieding in de keten zelve
n maal zoo groot, dat is nt' geworden; want de stroom moet thans inn ele-
menten den eerstgenoemden tegenstand overwinnen. Blijft nu de verbindings-
draad dezelfde, zoo wordt de stroomsterkte in het tweede geval s' " ^
nt'-j-t
Ingeval alzoo de tegenstandbieding in den draad, in vergelijking van die in de
keten zelve, zeer gering is, dat wil zeggen, indien (in vergelijking van (' een
zeer klein getal is, dan zal men in de eerste en tweede breuk t kunnen ver-
waarloozen en dus hebben s —— en 5' — —-4— » of van deze laatste
t nt
breuk teller en noemer door n verkleinende s' ~ ^^ stoomsterkte is dan