Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.681
Nemen wij aan, dat eene zinkplaat en eene koperen plaat op elkander liggen,
met een vochtig lapje er tusschen; de zinkplaat zij de onderste, de koperplaat
de bovenste; laten verder de beide platen door eenen koperdraad verbonden
zijn, zoo hebben wij eene geslotene galvanische keten van een enkel paar, en
dan is de tegenstand, dien de opgewekte electriciteit in het vochtige lapje te
overwinnen heeft, aanzienlijk veel grooter dan die, welke de stroom in den
metalen draad ondervindt; er kan dus door die verbinding veel meer E ver-
schaft worden, dan het vocht doorlaat. Nemen wij nu het aantal platen dub-
beld, dat is, stellen wij, dat er nog zulk een paar platen met een vochtig schij^e
er tusschen boven op het eerste paar ligt, zonder dit paar evenwel aau te raken.
Zij verder de bovenste plaat koper met de onderste plaat zink weder door een*
koperdraad verbonden, zoo hebben wij eene keten van twee elementen. De te-
genstand van den electrischen stroom is nu verdubbeld door het tweede vochtige
lapje, maar de spanning of digtheid, die den electrischen stroom er door heen
voert, is nu ook, volgens het vroeger aangewezene, dubbeld zoo groot gewor-
den, en er stroomt alzoo iu beide gevallen evenveel E door den toestel. Is der-
halve de keten volkomen gesloten, dan draagt de vermeerdering der platen-pa-
ren niets tot vermeerdering van de hoeveelheid stroomende E bij; hel is dus bij
volkomene sluiting vnn de keten heizelfde, of men één of wel vele paren platen ge-
bruikt, want wat de electrische stroom bij toeneming van het platental aan inten-
siteit wint, verliest hij door den geleidingswederstand, die de vloeistof in de
batterij hem in den wegstelt. Bij onvolkomene sluitingevenwel, dat wil zeggen,
wanneer er een slechte geleider tusschen deu sluitdraad wordt geschoven,
moet men den toestel uit vele paren platen doen bestaan, want dan is de elec-
trische spanning of de digtheid van de E zeer veel grooter, iets, dat noodza-
kelijk is, om den tegenstand van den slechten geleider te overwinnen. De in-
tensiteit of de sterkte van den stroom is evenredig aan hel aantal paren platen.
Op zuiver wiskundige gronden is de waarheid vau het bovenstaande door
Ohm bewezen. De wet, die hij aan het licht bragt, en volgens welke de on-
derzoekingen aangaande de sterkte van den stroom eenen vasten grond, waar-
op zij steunden, gekregen hebben, heet naar den ontdekker de 0/imsc/ie ÏFet.
Zij luidt: bij onveranderde electromotorische kracht, is de stroomsterkteregtstreeks
evenredig aan die kracht, maar omgekeerd evenredig aan den wederstand, die den
stroom geboden wordt. Dit vordert eene nadere opheldering.
Wij hebben reeds vroeger bij de beschouwing der wrijvings E gezien, dat
een electrische stroom niet door een geleider gaan kan, of de E moet op en-
kele plaatsen van den geleider sterker gespannen, digter zijn dan op andere.
Wanneer wij toch den geladenen conductor eener electriseermachine met een'
draad aanraken, zoo stroomt de E alleen daarom door deu draad weg, dewijl
zij op de plaats, waar de draad den conductor nadert of raakt, op dezen laat-
ste sterker wordt opgehoopt, eene sterkere spanning verkrijgt, en door die span-
ning dus langs den draad wordt voortgestuwd. Hieruit volgt, dat de E inden
30