Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.679
opgeheven zijn, maar, omdat de bron weinig water geeft, zou het ook slechts
in eene geringe mate uit de opening vloeijen. Het water, dat nu vroeger
toen het in de buis was opgehoopt zulk eene buitengewone drukking uitoe-
fende, zal nu daar het vrij kan wegvloeijen eene naauwelijks merkbare werk-
tuigelyke uitwerking kunnen voortbrengen.
De gewreven wordende schijf stelt de bron voor en de conductor de buis.
Op deze laatste wordt de electriciteit opgehoopt; de omringende lucht is het
gewigt, dat de klep gesloten houdt, welke de afvloeijing der electriciteit belet;
de drukking van het water op de wanden der buis wordt hier voorgesteld
door de digtheid of de spanning der electriciteit. Brengt men nu den knok van
den vinger, of een' anderen geleider, nabij den conductor, zoo heeft hier de
grootste ophooping van E plaats; zij wil op den vinger overspringen, en al-
leen de lucht, die zich tusschen den vinger en den conductor bevindt, verhin-
dert dien overgang. Eerst wanneer op den conductor deE tot een' zekeren graad
is opgehoopt, wordt de tegenstand overwonnen en de luchtlaag doorgebroken;
dit was het openen van de klep; de conductor werd nu spoedig voor een deel
ontladen en kon zich, even als de huis zich van water voorzag, weder van E
voorzien. Hoe nader men den vinger bij den conductor brengt, hoe geringer de
drukking wordt, die de klep als het ware gesloten houdt, dat wil zeggen, hoe
minder de tegenstand wordt, die den overgang van E tegenwerkt. Heeft men
den conductor met den grond in geleidende verbinding gebragt, zoo houdt alle
spanning, alle ophooping der electriciteit op; dit geval verbeeldt het openstaan
der klep; de electriciteit vloeit weg, naar mate zij wordt opgewekt, de dunste
draad is reeds iu slaat alle E van den conductor af le leiden, eu zij kan geene
magtige werking uitoefenen.
De galvanische toestellen daarentegen gelijken eene zeer rijke waterbron, die
echter maar weinig verval heeft, dat is, van geeue groote hoogte haar water af-
zendt, eu het daarenboven in een wijd kanaal vrij laat wegvloeijen. De groote
massa water oefent nu slechts eene geringe drukking op de wanden uit; maarzij
kan krachtige werkingen voortbrengen, als raderen omvoeren, enz. Dit konde
ook wel het water doen, dat in het eerst gegevene voorbeeld snel de buis verliet,
wanneer de klep zich opende, maar het duurde tekort, om er eene aanzien-
lijke werking vau te kunnen verwachten.
Door dit beeld wordt nu het verschil der werking tusschen de wrijvings- en
galvanische E duidelijk.
Indien men toch eene leidsche flesch ontlaadt door een dunnen draad, zoo wordt
deze, gelijk wij gezien hebben, gloeijend, dewijl eeue groote menigte electrici-
teit op eenmaal door zulk eene kleine ruimte moet vloeijen. De werking is ech-
ter slechts oogenblikkelijk; in een oogenblik gaat ölle electriciteit, die door lang-
durig draaijen der schijf in de flesch is opgehoopt, door den dunnen draad heen.
Wanneer men evenwel de polen van eeu galvanischen toestel, die groote pla-
ten bezit, zooals die, van welke fig. 440 of 441 eene afbeelding geeft, dooreen