Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.673
blijkt daaruit, dat er twee rijen glazen aanwezig zijn, en de positieve en negatieve
polen zeer digt bij elkander liggen. Uit deze figuren ziet men, dat al de pla-
ten-paren door middel dergeleiddraden aan eenen dwarsbalk bevestigd zijn, die
uit goed gedroogd, vernist en isolerend hout gemaakt is, en waardoor het mo-
gehjk wordt, zoo als ook fig. 408 aantoont, om al de platen te gelijker tijd uit
de vloeistof te nemen en er ook weder in te dompelen.
Is de toestel zoodanig ingerigt, dat men al de geleiddraden kan losmaken, zoo
kaïi men die van al de koperplaten gezamenthjk in een' kwikbak dompelen en
insgelijks die van al de zinkplaten, waardoor men een' enkelvoudigen toestel
verkrijgt. Dit is bij het te voorschijn brengen van sommige verschijnselen nood-
zakelijk; want het zal in het vervolg blijken, dat doorde grootte der platen-paren
te doen toenemen, de/loeuee/Acid der stroomendeelectriciteit aangroeit, en door
vermeerdering van hei aantal platen en de aangewezene verbinding de digtheid of
spanning der electriciteit wordt vermeerderd.
Tot besparing van ruimte geeft men meest-
al de platen den vorm van een' hollen ci-
linder, en in den toestel van Oersted val-
len de glazen zelfs geheel weg; daarin is K
(zie fig. 410)een vat, dat door twee in elk-
ander geplaatste koperen cilinders wordt
gevormd, die eene ruimte tusschen beiden
overlaten, waarin het zure vocht gego-
ten en den zinkcilinder Z geplaatst wordt,
zonder dat het zink den bodem of de wanden
aanraakt, hetwelk gevoegelijk door kurk kan
geschieden. Aan beide cilinders zijn koperdraden Kb en Z 6 bevestigd, die in
een bakje eindigen, waarin men kwik kan gieten. Indien men de beide kwik-
bakjes verbindt door een' metaaldraad, zoo is de keten gesloten.
Ingeval men eene zeer groote metaal oppervlakte noodig heeft, gebruikt
men den ca/onmo/or (warmteopwekker) van Hare, omdat zij zeer geschikt is, om
veel warmte voort te brengen, noodig bij voorbeeld om metalen gloeijend te
maken. Om nu zulk eene groote oppervlakte te verkrijgen, en haar toch weinig
plaats te doen beslaan, neemt men eene houten rol 6 (zie fig. 411) en rolt daarop
te gelijk de beide metaalplaten, welke door twee of meer
reepen zelfkant of bordpapier II, die mede met de pla-
ten worden opgerold, van elkander verwijderd blijven ;
men hangt de rol aan eene dwarsstaaf (zie fig, 412), en
laat daarmede de beide platen, als de toestel werken zal,
in de daaronder geplaatste kuip, die het zure vocht be-
vat, nederdalen. Aan den bovenrand der platen zijn ge-
leiddraden gesoldeerd. Men noemt dezen toestel ook wel
deftagrator.