Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
667
I
I
Stelt me» twee kolommen, bij voorbeeld ieder van 100 paren, zamen (zie de
hiernevensslaande aanwijzing), die elkander geheel gelijkvormig zijn, maar van
welke bij de eene kolom A de zink- en bij de tweede
B de koperpool met den grond geleidend is verbon-
den, terwijl de andere pool geïsoleerd is, en zet men
nu die twee kolommen zoodanig op elkander, dat
met tusschenvoeging van een vochtig schijfje, de beide
polen, die met den grond geleidend waren verbon-
den, en waar dus de spanning O is, tegen elkander
liggen, dan heeft men eene kolom C van 200 paren,
welker beide helften geheel in denzelfden toestand
blijven, als toen zij ieder nog een geheel uitmaakten.
Het midden is alzoo in den natnurhjken toestand, al
houdt ook de verbinding met den grond op, terwijl
de electrische spanning aan iedere pool juist zoo groot
is als zij was, toen de kolommen uit 100 paren be-
stonden en de andere pool met den grond afleidend
in verband stond. Gij begrijpt ongetwijfeld, dat bij
de kolom C de beide polen geïsoleerd zijn. Zulk eene
geïsoleerde kolom wordt door figuur 403 voorgesteld.
Het voetstuk is van droog hout en de stijlen op zijde
welke de schijven in verband houden, zijn van glas
gemaakt; de derde stijl is door een paar ligte strepen
aangewezen en slechts van boveninde figuur zigtbaar.
Dergelijke geïsoleerde kolom bevat dus aan hare beide
pooleinden tegenovergestelde soorten van electriciteit, en
wanneer men nu ieder einde van een koperdraad voorziet,
van welke draden dus de bovenste aan hel zink en de onder-
ste aan het koper bevestigd is, of omgekeerd, zoo worden
natuurlijk ook deze draden met de negatieve en positieve
electriciteit der polen, waaraan zij zijn vastgemaakt, ge^
laden. Men heeft dan op deze wijze als het ware twee con-
ductors, van welke de eene positieve, de andere negative
electriciteit bezit Indien nu beide conductors, doormiddel
van gezegde draden, met elkander in aanraking worden ge-
bragt, zoo moet er eene onafgebrokene wedervereeniging
plaats hebben der electrische vloeistoffen, die voortdurend
in de kolom ontwikkeld worden. Fig. 403 stelt voor, hoe-
danig deze vereeniging zal plaats grijpen, wanneer de
beide draden tot op een zeer kleinen afstand elkander
genaderd zijn; er springen in dat geval onophoudelijk von-
ken van den eenen draad op den anderen over.
K -5Ü
Z
K ILi
Z —3
K -3
Z -2
K
Z —1 !
K — 1
Z 1 —0
K — 5 1 0 : •• ö i|
Z —4 -hl|
K E . •• —4 4-ï.i
Z -3
K —3 +2
Z —2 +3 -1-3
K —'3. 4-3
Z — 1
K — 1 -hl
Z 0 -hü
A B C
Fig. 403.