Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
..I........üNi-i'ii-iy'li'l
.660
Fig. 400 plaat van den condensator, en raakt de bo-
^ venplaat afleidend met den vinger aan, dan
zal men dergelijke afwykingder goudbladslin-
^ertjes verkrijgen, als wij bij de tweede proe-
ve opmerkten; de plaat zal weder met nega-
tieve electriciteit geladen zijn, en na jaren
tijds zal zich dit verschijnsel met de aan elkander gesoldeerde platen nog opdoen.
De in soort verschillende ligchamen, die door aanraking de verklaarde elec-
triciteits-verschijnselen doen optreden, noemt men electromotoren; de onbekende
oorzaak dezer electriciteitsontwikkeling geeft men den naam van electromotori-
sclie, dat is, electricitelt-opwekkende kracht, en de opgewekte electriciteit heet
galvanische, voliasche, aanrahings-volgens sommige 5c/»eiArunrfi^e electriciteit.
De electromotorische kracht, meent men, heeft hare zitplaats daar, waar de
metalen elkander aanraken ; te dier plaatse wordt een gedeelte van de verbon-
dene, en dus in evenwigt zijnde electrische vloeistoffen der beide ligchamen
van elkander gescheiden, en eene gelijke hoeveelheid positieve en negatieve elec-
triciteit vrij ; de —E gaat in de boven aaugenomene metalen op het koper over,
de op het zink. De scheiding ab, waar de metalen elkander aanraken,
kan men nu beschouwen als het glas by de leidsche flesch of franklinsche plaat;
want de electromotorische kracht belet ook, dat de -1-E van het zink op het
koper, of de —E van het koper op het zink overgaat, en daardoor elkanders
werking veronzijdigen. Bij ab blijft nu ook, even als ter wederzijden van het
glas bij de franklinsche plaat of de leidsche flesch, het grootste gedeelte der
electrische vloeistoffen gebonden, en een zeer klein, naauwelijks merkbaar ge-
deelte is vrij over de metalen verspreid, juist hetzelfde, wat wij bij den conden-
sator of de bovengenoemde werktuigen leerden opmerken. Indien men nu aan
de zaamverbondene platen eene zekere hoeveelheid E van eene of andere elec-
trische bron toevoegt, zoo verspreidt zich deze nieuwe hoeveelheid over beide
metalen als over een' enkelen geleider; de electromotorische kracht kan deze
overstrooming niet beletten, want zij wordt gestadig wederzijds bezig gehou-
den met de binding der beide EE op de plaats der aanraking; deze aange-
voerde E zal dus altijd de aanwezige E qp het eene metaal versterkeu, op het
andere doen afnemen. Om deze reden zouden wij, bij onze tweede proefneming,
geene electriciteit aan den electrometer hebben kunnen mededeelen, indien men hec
koperen schijQe tegen de onderste plaat had gehouden, terwijl de beide geïsoleerde
plaatjes op elkander bleven liggen; want de.door aanraking opgewekte electrici-
teit werd eerst vrij, toen de metalen schij^es van elkander werden verwijderd.
Uit het bovenstaande blijkt, dat met de toeneming der grootte van de aan-
rakings-opjiervlakte ook de hoeveelheid der gebondene electriciteit moet toe- 1
nemen; en hieruit kan men weder afleiden van hoeveel gewigt het is, om de
platen zoodanig van elkander af te nemen, dat alle deelen gelijktijdig vrij zijn.
Verder wordt het duidelijk, dat bij e eerste cn derde proef de hoeveel-