Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
658
schillenile metalen (zij waren in ons geval zink en koper, zink en zilver, tin en
zilver) op beide metalen tegenovergestelde electriciteiten worden opgewekt. Het
spreekt van zelf, dat de beide laatste proeven ook met zink en koper zouden
gelukt zijn.
Maar hoe is men toch tot de kennis van dit inderdaad vreemdsoortige ver-
schijnsel geraakt? — Zooals men veelal tot ontdekkingen in de natuurkunde
gekomen is: door toeval.
In den jare 1789 namelijk, ontdekte Aloisius Galvani, professor in de natuur-
kunde te Bologna, een geheel eigenaardig verschijnsel; hij deed eene waarneming,
door welke een geheel nieuw veld voor de wetenschap geopend werd. — Hij had,
ten einde welligt een of ander onderzoek in het werk te stellen, de beide aan
elkander verbondene achterpooten van eenige kikvorschen gereed gemaakt, en
deze, door middel vau kleine koperen haken, aan eene soort van ijzeren hekwerk
gehangen. Toen nu de wind de pooten heen en weder slingerde, kwamen er
enkele met het ijzer, waaraan zij hingen, in aanraking, en zoodra dit plaats had,
zoodra de spieren aan het eene einde in aanraking waren met het ijzer, terwijl de
zenuwen aan het boveneinde met het koperen haakje in onmiddellijke verbinding
stonden, ondergingen de pooten trekkingen, sterker dan die, waarvan wij in de
vorige les spraken. Galvani meende in dit verschijnsel een nieuw beginsel
werkzaam te zien, en werd alzoo de schepper van eenen der gewigtigste takken
der natuurkunde, een' tak, aan welks uitbreiding door schier alle natuurkun-
digen met onvertlaauwden ijver wordt gearbeid, en die naar hem den naam heeft
gekregen van Galvanismus.
De ontdekker geloofde de stuiptrekkingen te moeten toeschrijven aan eene soort
vau zenuw- of levens vloeistof, die omtrent eveneens als de electrische vloeistof
zou gesteld zijn, en die, door middel eener uitwendige geleiding, vau de zenu-
wen tot de spieren of de vleeschdeelen zou overstroomen. Deze vloeistof, zeide
hij, bevindt zich in de zenuwen, en zij gaat langs het koperen haakje en het ijzer
weder op de spieren over op den oogenblik, dat deze laatste het ijzer aanraken.
Hi) meende dus, dat de dierlijke ligchamen met betrekking tot deze vloeistof
omtrent zoo gesteld waren, als eene geladene leidsche flesch, welker metaal
bedekking aan den eenen kant de zenuwen, en aan den anderen de spieren
zouden zijn.
Het berigt dezer ontdekking verspreidde zich ras door Duitschland, de
Nederlanden, Frankrijk en Engeland. Vergeefs werd er door herhalingen
wijziging van de proef van Galvani naar de zoogenaamde levensvloeistof gezocht.
Men scheen niet te begrijpen, dat het beginsel, waaruit de levensverrigtingen
voortvloeijen, wel altijd een geheim zal blijven. Eindelijk trader een man op,
wiens naam den lezer reeds bekend is; het was de ijverige Alexander Volta, die
aan het nutteloos zoeken een einde maakte. Deze schrandere navorscher her-
haalde met taai geduld de proef van Galvani, en vond weldra, dat het verschijnsel
alleen werd te weeg gebragt door twee verschillende metalen met elkander in
i