Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.636
Fig. 398.
electrometer is opgehoopt, zoo ziet me», dat deze in het eerste geval met nega-
tieve, in het tweede met positieve electriciteit is geladen. Men zij bij het nemen
van deze en de volgende proeven altijd indachtig, dat men de elkander rakende
oppervlakte, bij elke nieuwe proef, goed zuiver maakt, door met een zacht vijltje
of schuurpapier alle oxyde weg te nemen. Eene tweede proef.
Twee metalen plaatjes, het eene van zink en het andere van koper, maakt men
vrij heet, en zet op ieder plaatje een lang staafje zegellak, hars of schellak, dat
er zich door de hitte op vast hecht; hierdoor verkrijgt men dau twee van isole-
rende handvaten (de lakstaafjes) voorziene, metalen plaatjes. Nu vat men deze
beide bij de lakstangetjes op, legt ze op elkander, en neemt ze vervolgens weder
van elkander af, in dier voege, dat alle deelen der beide plaatjes zich gelijktijdig
van elkander loslaten. Thans brengt men de koperen schijf met de onderste
plaat c d van den condensator, die op den goudblad-
electrometer is geschroefd [zie fig. 398) in aanraking;
raakt vervolgens met de hand de op c ii liggende boven-
ste plaat ef afleidend aan, verwijdert dan de hand en
daarna de schijf k, en zoo nu de electrometer gevoelig
genoeg ware, zouden de goudblaadjes, na de plaat e ƒ
van cd te hebben weggenomen, reeds uit elkander wij-
ken. Het gelukt echter, bij de eerste aanraking van de
plaat c d niet, deze reeds zoodanig te iaden, dat de ge-
zegde uitwijking der goudblaadjes volgt; daarom legt
men het geïsoleerde koperen schijfje k op nieuw op de
zinken schijf; maar alvorens dit te doen, raakt men
dezen laatsten met eenen vochtigen vinger aan, ten
einde haar van de door de eerste aanraking opgewekte
electriciteit te ontdoen, en herhaalt dan dezelfde han-
delwijze met de koperen schijf, zoo even vermeld. Na
dit werk eenige malen te hebben verrigt, ziet men de
goudblaadjes van elkander wijken; de plaat c d is dus
electrisch geworden, en heeft natuurlijk hare electrici-
citeit ontvangen van de koperen schijf k. Indien men
nu den electrometer op de bekende wijze met eene ge*
wreven hars- of glasstang nadert, om te onderzoeken met welke electriciteit
de plaat e d is geladen geworden, zoo bevindt men, dat zij negatief-electrisch
is, en men leert daaruit, dat het koper door aanraking met zink negatief-electrisch
wordt. Wil men nu de soort van electriciteit der zinkschijf onderzoeken, dau
vervaardige men de beide platen van den condensator insgelijks van zink, en
ga vervolgens met het geïsoleerde zinkschijfje juist zoo te werk, als wij vroeger
met het koperen hebben gedaan. Bij onderzoek blijkt dan, dat het zink door aati-
raking met koper positieve electriciteit heeft verkregen. Tot dezelfde uitkomsten
geraakt men op de volgende wijze: