Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
de oorzaak van alle zuur, hoewel het gas zelf kleur-en smakeloos is. Zij bewerkt
voornamelijk de of de bewegingen omzetting der verschillende grondstof-
fen bij plantaardige voortbrengselen, zoo nuttig bij het bereiden van bier, azijn
en andere sterke dranken. Zuurstof, met waterstof vereenigd, vormt water.
Zwavel heeft verwantschap tot vele metalen, dat is zwavel verbindt zich met
de meeste metalen. Deze verbinding vormt zivavel-melalen. Van daar het aan-
slaan van geverwd houtwerk op plaatsen, die in de nabijheid van stinkende put-
ten, riolen of grachten gelegen zijn. Daar ontwikkelt zich namelijk uit de rot-
tende zelfstandigheden een gas, bestaande uit waterstof en zwavel; en dewijl
er in vele verwen looddeelen voorhanden zijn, zoo vereenigt zich de zwavel uit
het zwavelwaterstofgas met het lood der verwstof tot zwart zwavellood. Om
deze reden gebruikt men thans, in plaats van loodwit, zinkwit in de verwstoffen.
De koolstof of dat enkelvoudige ligchaam, hetwelk in den diamant zuiver voor-
komt, en waaruit onze gewone houtskolen, glanskool, potlood en steenkolen
grootendeels zijn zamengesteld, heeft groote verwantschap tot onderscheidene
gassoorten. Dit geldt voornamelijk van de houtskool. Zij heeft deze eigenschap
wel met alle andere poreuse ligchamen gemeen, maar overtreft hierin al die
andere.
Wanneer men, om een voorbeeld te geven, visch, vleesch of soep, die reeds be-
gint te bederven, in aanraking brengt met bakkers-houtskool, zoo zal deze laat-
ste al de onaangename lucht opslorpen en de genoemde spijzen allen reuk doen
verliezen. Het water uit stinkende grachten, de drekstof uit putten, die jaren
lang gesloten zijn geweest, worden door de houtskool van stank be\ rijd. De kool
bezit derhalve voortreffelijke eigenschappen. Dat ik u thans nog met eenige
dikwijls voorkomende benamingen uit het gebied der scheiktinde bekênd make.
Oplossing heeft er plaats, wanneer de aantrekking der vochtdeelen op eene
stof grooter is dan de kracht van zamenhang van de deelen der stof. Zoo wordt
zout, suiker, enz. in water opgelost. Stort men meel in water, dan heeft er
slechts eene vermenging, maar geene oplossing plaats. Vermengt men water met
eenig zuur, dan noemt men deze vermenging een verdund zuur. Het water lost
ook vele gassoorten op; men drukt dit ook we! uit, door te zeggen: het water
slorpt \te\ gassoorten op. Het vocht verkrijgt hierdoor meestal den smaak en den
reuk van het gas, dat het opgelost houdt. Gij moet reeds begrepen hebben, dat
de warmtestof de oplossing zeer bevordert; want zij verbreekt de kracht van za-
menhang.
yerzadiging doet zich op, wanneer de neiging der stoften, om elkander als te
doordringen, zoolang werkzaam is, tot zij ophouden op elkander te werken, al
voegde men bij de ligchamen, die men met elkander in aanraking bragt, eene
nieuwe hoeveelheid van een dezer stoffen. W^ater is met zout verzadigd, wan-
neer het niet langer het zout oplost, maar het ongesmolten, zooals men gewoon-
hjk zegt, laat liggen.
Is die verzadiging bewerkt, dan is er soms eene verbinding tot stand gebragt