Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.648
Door den lucht-electrometer, electrisclien vlieger en de door Becquerel op
den St. Bernhard afgeschotene metalen pijlen, die aan eenen ligten geleid-
draad werden verbonden, welks andere einde met eenen electrometer in ge-
meenschap stond, heeft men bevonden :
1'. dat bij helder weder de electriciteit der lucht met de hoogte toeneemt,
en dat op eene hoogte van 1 el boven den grond geen spoor van E aanwezig is;
2'. dat, wanneer het weder helder is, de lucht altijd positieve electriciteit
vertoont, en derhalve de aarde negatief electrisch is ;
3*. dat de -|-E der lucht in des te grooter mate naar de aarde wordt afge-
leid, hoe vochtiger de lucht is;
4'. dat daarom de lucht-electriciteit afneemt van den opgang der zou tot op
den middag, en toeneemt tot den avond, om tegen den nacht weder af te nemen
en tegen den morgen toe te nemen ;
5". dat om dezelfde reden de lucht-electriciteit in Januarij het sterkst is, tot
in Mei vermindert, en alsdan het overige van het jaar weder toeneemt;
6'. dat, wanneer hooge luchtlagen sterke sporen vau electriciteit geven, er
kort daarna bliksem of weêrlicht ontstaat; waarom men dan ook sterk electri-
sche wolken onweêrswolken noemt.
Wij weten van den oorsprong der atmospherische electriciteit bijna niets,
ofschoon er reeds veel over geschreven is; waarschijnlijk is de wrijving der wa-
terdroppelen tegen de lucht de voornaamste bron dier electriciteit. Evenmin we-
ten wij iets aangaande de electrische verdeeling in de wolken; dit is echter ze-
ker, dat de aantrekking en afstooting der ongelijk- of gelijknamige electri-
sdie wolken de oorzaak is der buitengewone beweging, welke men aan den he-
mel, gedurende een onweder, ziet plaats grijpen. Immers de wolken gelijken op
groote conductors, welke door onbekende oorzaken geladen, en door de lucht
van de aarde eu van elkander geïsoleerd worden. Twee wolken, met tegenover-
gestelde electriciteit geladen, zullen dus elkander aantrekken, en gelijknamige
elkander afstooten; terwijl onzijdige wolken zoowel door positief-als iiegatief-
electrische wolkeu wordeu aangetrokken; daarom ziet men de wolken zoo me-
nigmaal van gedaaute veranderen en dikwijls tegen den wind in, en ook in te-
genovergestelde rigtingen, van elkander af, of na elkander toebewegen, alvorens
de bliksemde lucht doorklieft, of de donder boven ons hoofd rommelt. Behalve
door deze kenmerkende beweging wordt gewoonlijk het onweder aangekondigd
door wolken, die aanvankelijk zeer klein zijn, in grootte steeds toenemen, wier
lange gedaante plotseling in eene ronde overgaat, en wier kleur zeer sterk tegen
andere wolken afsteekt.
Bij al dat onzekere hebben er evenwel vele omstandigheden bij de losbarsting
van eene onweersbui plaats, waarvan eene gegronde verklaring kan gegeven wor-
den. Wij zullen dit van eenige trachten te doen.
Dikwijls zien wij de bliksemstralen over een' zeer langen weg zich uitstrekken.
Heiligers, die vau den top eens l>ergs dit luchtverschijnsel beneden zich waar-