Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
6U
(V/
+ -
Om nu de snelheid te schatten, waarmede de E een' langen geleider door-
loopt, sloeg Wheatstone den volgenden weg in.
Op een bord, van omtrent 1 palm in middellijn, waren 6 metalen balletjes
n, b, c, dy e en ƒ (zie fig. 397) bevestigd, en zoodanig van elkander geïsoleerd,
dat de electriciteit wel tusschen
_ a en 6, c en d, ƒ en e, maar niet
tusschen a en c noch ƒ en d kon
overspringen. De afstanden tus-
schen a en 6, c en d en e en/
waren alle drie gelijk, eu bedroe-
gen elk ruim 2,5 streep. Aan deu
kogel a was een draad bevestigd,
die met het binnenbekleedsel der
leidsche flesch kon in aanraking
gebragt worden, de bol b was
door eenen draad, die ruim 400 meters lengte had, aan den bol c verbonden, en
eveneens voerde een even langen draad van deu bol d naar e; ten einde deze
draden niet te veel plaats zouden innemen, waren zij van vele windingen voor-
zien, maar lagen toch ver genoeg van elkander, om geenen nevenstroom in elk-
ander te kunnen opwekken. Aan den naa^t c liggenden bol ƒ was een draad ge-
hecht, die met het bui ten bekleedsel der flesch in geleidende verbinding kon
worden gesteld. Dat alles is uit de figuur duidelijk te zien: de + eu — teekens
duiden de positieve belading van het inwendige- en den negatief-electrischen
toestand van het buitenbekleedsel der flesch aan. Wanneer nu werkelijk de draad
ƒ het buitenbekleedsel der flesch aanraakt, en men voert vervolgens den draad
a tegen den knop der flesch aan, zoo loopt de electriciteit langs de draden, en
er moet eene vonk tusschen a en b, eeue andere tusschen c en d en eene derde
tusschen e en ƒ overspringen. De electrische stroom heeft dan, van de inwendige
tot de uitwendige bekleeding der flesch, omtrent 800 meters doorloopen. De
vraag is nu of de drie genoemde vonken gelijktijdig plaats grijpen. Op de vol-
gende wijze heeft Wheatstone haar beantwoord.
De 6 kogeltjes lagen op het bord in eene horizontale rigting. Ruim 3 el van
het bord verwijderd stond, op gehjke hoogte als dit, de draaijende spiegel. De
as van dezen lag ook horizontaal en evenwijdig aan de rij metalen balletjes.
De waarnemer stond zóó, dat de omwentelings-as juist naar hem was gerigt; hij
boog zich over den spiegel, en zag dus zoo van boven af op den spiegel neder.
De kogeltjes, of liever de drie tusschen hen overspringende vonken, waren
derhalve zigtbaar, wanneer de spiegel met den horizont een hoek van .45*
maakte (zie bladz. 341). W^are de spiegel iu die stelling dan rustig gebleven,
zoo zou men de beelden der drie vouken op deze wijze • gezien hebben; maar
bij zeer snelle omwenteling verschenen alle drie de beelden verlengd, even als
strepen, en bovendien kwam het middelste niet met de Leide buitenste iu eene