Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.643
Fig. 396. een vlakke spiegel, die loodregt overeind staat, welken
wij ons dus boven op den kant verbeelden te zien, en
^ om eene vertikale as, die derhalve loodregt op het
papier verbeeldt te staan, kan gedraaid worden, zoodat
* hij eveneens is ingerigt als die, welke in fig, 181 is
afgebeeld; zij eindelijk c het oog van den waarnemer.
Men verbeelde zich, dat het licht a, het oog c en de doorsnede b van den spiegel
allen in hetzelfde vlak liggen. Wanneer nu de spiegel stil bhjft staan, ziet het
oog c het beeld van het punt a, in den spiegel b op eene bepaalde plaats; maar
zoodra de spiegel begint te draaijen, verandert ook de plaats, waar zich het
beeld bevindt, voortdurend; is nu die draaijing snel genoeg, zoo vertoont er zich,
in plaats van het beeld der kaarsvlam, eene lichtende streep; zie hiervoor de
reden op bladz. 407. Indien men nu op de plaats, waar de kaarsvlam zich be-
vindt, eene electrische vonk weet te verkrijgen, zoo zal, bij zeer snelle om-
draaijing van den spiegel, die vonk ook eene lange streep vertoonen, zelfs ingeval
zij slechts een' zeer korten tijd duurt. Stelt eens, dat de spiegel 50 omgangen
in eene seconde maakt, dan zal elk deel des spiegels, om een' boog van een' graad
te beschrijven, een vijftigste van een driehonderdzestigste, dat is deel vau
eene seconde tijds behoeven, en om eeu te doorloope n slechts ^^^^^ seconde.
Dewijl nu door de waarheid, dat het oog het beeld eens voorwerps altijd zoo ver
achter den spiegel ziet, als het voorwerp er voor ligt, wordt bewezen, dat de
hoeksnelheid van het beeld bij de omdraaijing dubbel zoo groot is als die des
spiegels, zoo legt bij gevolg het beeld in ytöïïü seconde eenen boog van ^ graad
af. Bedraagt dus de duurtijd van de electrische vonk ook slechts ^tW^ ^^^^
eene seconde, zoo moet reeds haar beeld in den draaijenden spiegel als eene
streep verschijnen van { graad lengte. Maar hoe lang de vonken schijnbaar ook
waren, die Wheatstone door den draaijenden spiegel waarnam, hij verkreeg ze
volstrekt niet langer, dan wanneer hij ze door den stilstaanden spiegel had waar-
genomen. De duurtijd van zulk eene electrische vonk bedraagt dus zekerlijk
geen yT^^rTr gedeelte van eene seconde. Bewijzen voor de kortstondigheid van
het electrische licht vindt men ook in het volgende.
Indien een rad snel wordt omgedraaid, dan kan men de afzonderlijke spaken
niet zieu (zie blz. 4^0), maar wordt een snel draaijend rad plotseling door eene
electrische vonk verlicht, dan ziet men de afzonderlijke spaken eveu duidelijk, alsof
het stil stond. De indruk van het licht duurt dus slechts een schier ondenkbaar
kort oogenblik. Hetzelfde verschijnsel zou zich opdoen, wanneer het draaijende
rad door een' bliksemstraal werd verlicht, hetgeen reeds op bladz. 410 is vermeld.
Houdt men eene buis, waarin de lucht zeer verdund is, nabij den conductor
der electriseermachine, zoo ziet men somtijds eeneu zamen hangenden licht-
stroom; onderzoekt men dezen echter met den draaijenden spiegel, dan ziet men,
dat dit aanhouden van den stroom slechts een gevolg is der snelheid, waarmede
de vonk voorbijgaat.