Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
Heid onderscheiden, als: silicium, ijzer, zink, lood, tin, bismuth, koper, kwikzil-
ver, platina, goud, arsenicum, kobalt, magnesium, sodium, potassium, enz: Men
kent thans verschillende metalen Al de genoemde elementen komen,
zooals gezegd is, meestal met elkander verbonden in de natuur voor. Zuur-
stof en stikstof bestaan somtijds geheel vrij. Met elkander vermengd, vindt
men ze in de dampkringslucht.
Hoogst opmerkelijk is het dat al de grondstoffen niet willekeurig met elk-
ander kunnen vereenigd worden. Eene bepaalde hoeveelheid van zekere stof
verbindt zich altijd met een, twee, drie, of meer geheele hoeveelheden van
eene andere stof, en willen wij er meer of deelen van deze hoeveelheden
bij doen, zij zullen onverbonden blijven. Vereenigen wij sommige grond-
stoffen bij gewigt, ook hierin hebben onveranderlijke wetten plaats.
Een ander punt, dat onze verbazing wekt, is de soort van keus, die de lig-
chamen bij hunne verbinding met andere ligchamen toonen. Zoo gebeurt het
wel eens, dat eene stof met eene andere zich vereenigt, maar zoodra men er eene
derde stof bijvoegt, die andere weder aanstonds verlaat, om zich met die derde
te vereenigen. Doet men er eene vierde bij, dan gaat het derde soms weder van
het eerste af en voegt zich bij het vierde, terwijl het eerste weder naar het
tweede trekt. Voorbeelden hiervan vindt men overvloedig in alle werken, die
over de scheikunde handelen.
De voornaamste studie van den scheikundige bestaat in het onderzoeken,
welke dezer grondstoffen eene bijzondere aantrekking of verwantschap op elkan-
der hebben; en tot verkrijging eener voldoende kennis hiervan zijn eene veeljarige,
onvermoeide vlijt, groote handigheid en eene menigte kostbare toestellen noodig.
Scheikundige vet-wantschap, scheikundige aantrekking, keurverwantscha^ is als
het ware, de voorkeur, die de atomen eener stof doen zien, om zich met die
eener andere te vereenigen. Zoo heeft de zMursto/, die op zich zelve nooit anders
dan als eene gassoorten dus onzigtbaarvoorkomt, en, gelijk reeds gezegd is, een
hoofdbestanddeel van de lucht en het water uitmaakt, verwantschap tot alle an-
dere grondstoffen, een paar misschien uitgezonderd. Vooral verbindt zij zich
gaarne met de metalen, en vormt, op deze werkende, het zoogenaamde roest,
ook wel metaal-kalk oï metaal-verzuursels, in het algemeen rnefaa/-o.r/</c genaamd.
Hoest is dus niets anders dan een gedeelte van het ijzer of vau eenig ander me-
taal, dat zich met de zuurstof des dampkrings heeft verbonden. Wat men voor-
heen als enkelvoudige stoffen aanzag, zooals de soda, potasch, enz., bevond men
later te zijn metalen, die met de zuurstof zijn verbonden, anders gezegd, men
ontdekte, dat het metaal-oxiden waren; het eerste van het sodium, het tweede van
het potassium. Wat dus roest is bij het ijzer, is soda en potasch bij het sodium
en potassium of bij het soda- en potasch-metaal, en zoo met vele andere stoften
Het metaal silicium b. v. verbindt zich met de zuurstof en vormt alzoo de
kiezelaarde, waartoe ook het zand behoort en die het hoofdbestanddeel uit»
maakt van nagenoeg de helft van de gesteenten der aarde. De zuurstof is meestal