Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.645
deelen, die men heeft zamengesmol ten, zuiver geweest, dan zal de gezegde rei-
niging niet noodig zijn. Verder bewege men een zeer heet strijkijzer boven
de oppervlakte, zonder die aan te raken. Blazen, die er in mogten gekomen
zijn, vernietige men door de punt van een heet ijzer er digt boven te houden.
Men kan het werk als gelukt beschouwen, indien de massa eene zeer gladde,
van alle hogten of verhevenheden bevrijde oppervlakte heeft verkregen. Men
noemt haar den harskoek (zie cd fig. 376); hij heeft eene dikte van omtrent
4 strepen.
• 3°. Bij deze beide deelen behoort nu nog een deksel e/, dat ook een goede
geleider moet zijn. Het is eene ronde schijf van metaal, of eene van hout of pa-
pier, dat aan alle zijden met bladtin is bedekt: deze schijf heeft omtrent ^ dee-
len van de middellijn des schotels, en moet voorzien zijn van een isolerend hantl-
vat m, waartoe men een stuk vau eene barometerbuis kan gebruiken, dat met
een weinig lak en eenen knop op het deksel kan worden vast gemaakt; ook kan
men er drie zijden koorden, die men aan drie punten van den omtrek hecht,
voor bezigen, welker einden men boven het deksel in een knoop doet zamen
loopen.
4'. Eindelijk heeft men nog bij deze drie eenvoudige deelen een kattenvel of
vossenstaart, waarmede de harskoek moet geslagen worden. Dit bont, cn ook al
wat tot den electrophoor behoort, moet men zeer droog houden.
Wat het vermogen van dit werktuig betreft, wete meu, dat een schotel met
eenen harskoek van 4 tot 5 palm middellijn zooveel uitwerking kan doen als eene
electriseer-machine met eene schijf van dezelfde grootte. Men moge iets meer
tijd behoeven, om eene batterij of flesch te ladeu, maar men bereikt ongetwij-
feld zijn doel, vooral, wanneer de koek volgens het gegeven voorschrift is za-
mengesteld. Meu zorge slechts, dat deksel en koek zeer zuiver op elkander slui-
ten, en dat alles zeer droog zij; daarom wrijve men, vóór het gebruik, de zijden
koorden of de glasstaaf m met warme wollen lappen af. Ook moeten aan alle
deelen van den electrophoor scherpe hoeken en kanteu vermeden worden. Wan-
neer de koek langen tijd werkeloos heeft gestaan, is het noodig hem op nieuw te
smelten of de oppervlakte door een heet ijzer op nieuw vloeibaar te maken. Deze
aanmerking geldt voor alle voorwerpen van hars, die men tot electrische proef-
nemingen heeft bestemd.
Thans nog iets over het gebruik.
Na den koek eenige malen met het kattenvel of den vossenstaart geslagen te
Fig. 377. hebben, zet men er het deksel midden
boven op. Nu is alles gesteld als bij onze
laatste proeve met deu electrometer; de
deX:sel nevensstaande afbeelding van een ge-
schctiZ
—!_:_ 1 deelte des electrophoors (zie fig. 377)
wijst aan, hoe het met de electrische
vloeistoffen gelegen is. De schotel met