Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.618
dus in de eerste minder volkomen zyn dan in de laatste; want de hoeveelheden
gehoudene E verhouden zich omgekeerd tot elkander als de vierkanten der af-
standen vande bindende ligchamen; —by gelijke grootte en digtheid der vrije E op
de binnenoppervlakte, zal alzoo in de eerste minder E opgehoopt zijn dan in de
laatste; maar de spanning der altijd aanwezige vrije E zal bij dik glas grooter
zijn dan bij dun, en daardoor ook de slagwijdte grooter.
Zeer opmerkelijk is het, dat niet de metaalbekleedsels der flesch de zitplaatsen
nitmaken der E, maar dat deze eigentlijk op het glas huisvest of tegen het glas zich
hecht. Om dit te bewijzen, neme men twee bierglazen. Wy merken hierbij op, dat
men bij het koopen van zulke glazen of flesschen, die men als leidsche wil inrigten,
zich eerst door wrijving van het zeer drooge glas met de hand of met zijde moet
overtuigen of de gewrevene plaats ligte voorwerpjes snel aantrekt; gebeurt dit
niet, dan kan men het glas niet gebruiken. Zij nu (zie fig. 372) zulk een bierglas,
en noemen wij Ä het andere
Fig. 372. pij^ ^^ ^^^
elk glas een bakje van ijzer-
blik maken, welke wij bij het
eene B en Cen die bij het au-
dere glas behooren B' en
C zullen noemen. In het
blikken bakje B moet het
glas juist sluiten, zoodat
glas en metaal elkander zoo-
veel mogehjk raken. Het
bakje C moet eveneens zoo goed mogelijk passen binnen in het glas, en op den
bodem van C wordt een koperen staafje gesoldeerd, dat boven tot een oogje is
omgebogen. Wanneer de drie voorwerpen in elkander zijn gezet heeft men eene
leidsche flesch; deze laadt men door de electriseermachine, en zet haar vervol-
gens op eene harshoek ofeen gutta percha schijfje. De andere drie bekertjes A\
B" en C staan buiten elkander. Nu neemt men door middel van een glazen
stangetje, dat men door het oogje van C steekt, het binnenbekleedsel C uit het
geladene glas, en zet dit in het ongeladene glas A'i vervolgens neemt men het
geladene glas A uit B en zet het in B\ nadat men nu het ongeladene glas Ä met
zijn binnenbekleedsel C in ß heeft geplaatst, zet men eindelijk in het geladene
glas A het nog vrije binnenbekleedsel C, dat men daartoe met eeu glazen stangetje
heeft opgetild. Er staan nu twee leidsche flesschen : het geladene glas A bevindt
zich tusschen de ongeladene deelen ß' en C en het niet geladene glas A' tusschen
de deelen ß en C van de vroeger geladene flesch. Vereenigt men nu door middel
van de ontlaadtang het buiten- en binnenbekleedsel ß' en C\ dan volgt de be-
kende ontladingsslag; doet men hetzelfde met ß en C, zoo bemerkt men geene of
eene slechts zeer zwakke vonk; een bewijs, dat de electriciteiten zich hoofdzakelijk
aan het glas A hadden gehecht en het metaal schier niets heeft medegenomen.