Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.616
houdt eenige oogenblikken den ring tegen den geladenen conductor der electriseer-
machine, terwijl men de flesch van buiten aanvat, dan zal men ook eenen schok
ontwaren, wanneer men den ring met de andere hand aangrijpt. Het is duidelijk,
dat in zulk een geval de hand het buiten- en het water het binnenbekleedsel uit-
maakt.
Men wil, dat aan dergchjken schok de uitvinding der leidsche flesch haar be-
staan te danken heeft.
Men zegt, dat Cunaeus, een leerling van Musschenbroek, op een' avond zich
met electrische onderzoekingen bezig houdende, en willende weten, welken
smaak geëlectriseerde wijn verkreeg, daartoe het glas met wijn aanvatte, het bij
den geladenen conductor bragt, en eene vonk op den wijn deed overspringen.
Toen hij nu het glas aan den mond bragt, zou de ligte schok, dien hij daardoor
ontving, zyne aandacht hebben getrokken, en na hij Musschenbroek met zijne
opmerking had bekend gemaakt, de uitvinding der leidsche flesch er het gevolg
van zijn geweest.
Men rangschikt de verschijnselen, welke de ontladingslagen der leidsche flesch
voortbrengen, onder zekere groepen. De beschrevene schokkende gewaarwording
behoort tot de physiologische werking, en behalve deze heeft men nog warmte-
onivuikkelende {thermische), werktuigelijke {mechanische), magnetische en scheikundige
{chemische) werkingen. Zonder nu bij het vermelden der verschijnselen angst-
vallig er naar om te zien, of zij wel achtereenvolgend onder dezelfde hoofdgroep
gebragt zijn, zal het den lezer toch niet moeijelijk vallen, om te weten onder
welke groep zij moeten gerangschikt worden.
Zet men de geladene flesch op eene isolerende stof, b. v. eenen harskoek of
drooge gutta-percha-plaat, dan kan men de flesch ook ontladen door beurtelings
den knop en het buitenbekleedsel aau te raken, even als bij de franklinsche plaat
is aangewezen. Somtijds ook ontlaadt de leidsche flesch zich van zelf, hetzij
door dat er eene vonk van het buitenbekleedsel op de stang ne overspringt,
betzij dat zich deze door het glas een' weg baant. ïn het laatste geval is de
flesch gebroken en derhalve onbruikbaar. Een merkwaardig voorbeeld van zulk
eene doorboring vau het glas treft men in Teyler's stichting aan. Men heeft daar
eene leidsche flesch, op eene plaats, waar zij een' halven duim dikte had, door
zelfontlading doorboord gezien, nadat zij geladen was door 4 of 5 omgangen van
Teyler's groote electriseermachine. Het gat had ruim een' duim middellijn.
Plaatst men op den knop n der flesch een spitsen geleider, dan ontlaadt zich
de flesch insgelijks van zelve, doch niet plotseling, maar langzamerhand. Mog-
ten er soms ter ontlading der flesch meerdere, uit verschillende stoffen bestaande
geleiders gebruikt worden, zoo kiest de electriciteit altijd den besten. Drukt
men b. v. met de eene hand op het buitenste metaalblad een' dikken koperen
draad, dan kan men ongestraft met de andere hand het andere einde van den
draad tegen den knop houden; de ontladingsslag gaat door het metaal en niet
door het ligchaam.