Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
6i2
Fig. 367.
glas verwijderd blijft. Ten einde de niet belegde deelen van de glazen plaat te
sterker isolerend te maken, bestrijkt men ze met scbellak-vernis. Het is duide-
lijk, dat er op die wijze twee geleiders, namelijk bet voor en achter metalen be-
kleedsel van de glazen plaat, zeer nabij elkander gebragt zijn, terwijl zij het glas
als isolator of niet-geleider tusschen elkander laten liggen. Dit eenvoudig werk-
tuig is bekend onder den naam van franklins che plaat, en is zeer geschikt, om de
eigenschappen van de gebondene electriciteit nader te onderzoeken. Hieruit zal
blijken, dat zij in geen opzigt van de vrije is onderscheiden
Laat fig. 367 eene doorsnede op den kant over het midden van de franklinsche
plaat voorstellen. In deze figuur zal dus a b het glas, en
zullen c d en c' d* de metaalbelegsels verbeelden. Neemt
aan, dat het blad cd met den geladenen conductor eener
electriseermachine wordt in verbinding gesteld. Er gaat
dan een gedeelte van de -HE des conductors op het blad
c d over, deze electriciteit werkt verdeelend op het blad
c d', hoopt de negatieve in hare nabijheid op, en stoot
de met haar gelijknamige -f E terug. Legt men nu de
hand op het metalen vlak c d', dan wordt de -1-E afge-
voerd, en nog meer —E uit den grond op dat vlak ge-
trokken. Blijft nu het vlak c d' met den grond in aan-
raking. waardoor voortdurend -f-E verdwijnt, en —E
wordt aangevoerd, dan werkt de —E in c d' ook bin-
dend op de -f-E der vlakte cd, en het wordt dus mogelijk, om op nieuw
positieve electriciteit van den conductor op het metaalblad c d te doen over-
gaan, die dan ook weder eene verdeelende kracht op cd' uitoefent.
Hieruit volgt dat de vlakte cd met positieve, ende andere met negatieve electri-
citeit zal geladen worden. Meent echter niet, dat, hoe klein de afstand der beide
368.
geleiders ook zijn moge, de tegenovergesteld electrische vloei-
stoffen volkomen gehouden blijven: neen, de eene hoeveelheid
opgehoopte electriciteit is altijd minder dan de andere; er is
altijd eene grootere hoeveelheid positieve of negatieve electri-
citeitaan de eene zijde aanwezig dan aan de andere, met andere
woorden, er is altyd een gedeelte E vrij. Deze waarheid kan
OJ) de volgende wijze voor het oog duidelijk worden gemaakt.
Zij in fig. 368 a b weder de franklinsche plaat, op hare
dwarsche doorsnede te zien, aan welker beide zijden men met
een weinigje was zijden draadjes heeft vastgemaakt, waaraan
twee vlierpitkogeltjes m en m' haugen. Verwijdert men nu de
band, nadat zij de vlakte c d' heeft aangeraakt, en daarna ook
den geladenen geleider, dan ziet men het vlierpitballetje m, aan
de zijde, waar de conducter was geplaatst, afwijken; een bewijs
derhalve, dat daar vrije positieve electriciteit aanwezigis, die