Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.611
geenen invloed uitoefenen. Is echter de metalen of houten tusschenstof aan een'
: aiet-geleider bevestigd, zoo Wijken de goudblaadjes uiteen; want in dat geval hoopt
i sich de afgestootene —E der tusschenplaat aan de zijde des electroscoops op en
sefent op dezen laatste invloed uit. Wordt er eene glazen ruit of eene harshoek
tusschen de gewrevene harsstang en den electroscoop gehouden, zoo werkt er de
E van de stang doorheen, want er heeft nu geene verdeeling in het tusschen-
gevoegde ligchaam plaats; de stang kan derhalve haar volle vermogen op den
electroscoop uitoefenen. Faraday noemt de ligchamen , welke de electrische
werking, zonder verlies te veroorzaken, doorlaten, diëlectrische stoffen
4'. Indien men op de plaat van den goud hl ad-electroscoop een brandend
kaarsje plaatst, en men zet het werktuig ver van de electriseermachine, dan
wijken na weinige omdraaijingen der schijf de goudblaadjes reeds uiteen; komt

men met een aldus toegerust werktuig, eenigen tijd na men de electriseermachine
heeft gebruikt, in de kamer, ook dan wijken de goudbladen spoedig van elkander.
Tot deze afdeeling van verschijnselen brengt men ook de plaatsing eener kaars-
vlam nabij of op den conductor eener electriseermachine. In beide gevallen is
het niet mogelijk den conductor te laden. Men weet nog niet met juistheid,
waarin de oorzaak ligt van deze werking der vlammen.
Hoewel wij nog een tal van zaken, die door den electrometer kunnen wordeu
onderzocht, te vermelden hebben, zullen wij tot de verklaring van deze ver-
schijnselen overgaan, na wij met eenige andere electrische werktuigen kennis
hebben gemaakt.
Er is aangetoond, dat, hoe nader de beide tegenovergestelde electriciteiten
tot elkander gebragt worden, zij des te sterker elkander aantrekken of des te
volkomener elkander binden zullen. Wij moglen echter de beide geleiders niet
te digt bij elkander brengen, want dan zouden de electrische vloeistoffen, slechts
door eene dunne luchtlaag gescheiden zijnde,deze doorgebroken hebben, en iu von-
ken van den eenen geleider op den anderen zijn over-
gesprongen. Zal derhalve de binding zoo volko-
men mogelijk zijn, dan moeten de beide tegenover-
gesteld electrische geleiders niet door lucht, maar
door eenen anderen, meer volmaakten niet-geleider
gescheiden zijn; een' niet-geleider, die den over-
gang der electriciteit eenen grooten wederstand
biedt. Zulk eenen vindt men in glas of hars.
Op eene zinrijke wijze heeft men het glas als
niet-geleider tusschen twee geleiders weten te
plaatsen. Daartoe dient eene glazen plaat ab (zie
fig. 366), van ongeveer 3 palm lang en breed. In
het midden is op elke zijde een vierkant vakab
beplakt met bladtin of eenig ander blad van metaal,
dat ongeveer eene handbreed van den rand van het
Fig. 366.