Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
met negatieve en de andere met positieve electriciteit geladen is. Beweegt men
thans tusschen de beide eleetroscopen eene electrische glazen of bars-stang, zoo
ziet men de afwijking tusschen het eene paar slingers afnemen en tusschen het
andere paar vergrooten. In deze proef vindt men eene flaauwe overeenkomst
met het doorbreken van een' magneet (zie bladz. 547).
2°. Om het geleidend vermogen van verschillende stoffen te bepalen, brengt men
het eene einde van de te onderzoekene stof met de plaat c van den geladenen elec-
troscoop in aanraking, en het andere einde met den grond; naarmate het nu langer
duurt eer de E van den electroscoop langs de stof in de aarde is weggevloeid, of
de goudblaadjes zamenvallen, na die mate is de stof een meer volkomene niet-
geleider. Men zorge vooral bij deze proefnemingen, dat de electroscoop goed
droog zij, zoodat er gedurende een' geruimen tijd geene afname in zijne lading
is te bespeuren, wanneer men hem vrij op zichzelven laat staan.
Op deze wijze heeft van Rees kunnen bewijzen, dat waterdamp bij de gewone
temperatuur geen geleider is. Hij liet daartoe den stoom, die uit een' waterketel
ontsnapte, welke op den grond stond, tegen een' metalen cilinder spelen, dien hij
boven op de plaat c had gezet. De stoom bragt alzoo de plaat c met den grond in
aanraking. Bij deze proefneming nam de uiteenwijking der goudbladen niet af.
Wij zeiden reeds vroeger, dat de tot water overgegane stoom de E wel geleidt.
3°. Wij weten, dat de magneetkracht door alle stoffen heen werkt, behalve
door het ijzer (zie bladz, 542); iets, dat daarmede overeenkomstig schijnt, be-
speuren wij bij de E. Dat deze door de lucht heen invloed uitoefent, weten wij;
wanneer de harsstang op die wijze is zamengesteld als wij op bladz. 584 bebben
vermeld, doet zy, gewreven zijnde, op 3 tot 4 el afstands de goudblaadjes reeds
uitwijken. Houdt men tusschen de plaat c en de gewrevene stang eene metalen of
houten plaat, die dus door ons ligchaam met den grond in gemeenschap staat, dan
wijken de goudblaadjes niet uiteen, want de harsstang werkt verdeelend op de
plaat, trekt de en stoot de —E af; zij kan derhalve op den electroscoop