Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
-43
deelen elkander onderling meer aantrekken, dan kwik en glas. Gebruikt men
een gouden ot zilveren pijpje, dan rijst het kwik daarin op, even als het water
in de glazen buis, en vereenigt zich met het goud. De naauwkeurige verkla-
ring der capillariteits-verschijnselen is te diepzinnig, dan dat wij er ons hier aan
kunnen overgeven.
Van de capillariteit maakt de mensch, even als van zooveel andere verschijn-
selen in de natnur, te zijnen voordeele gebruik. Neemt gij in aanmerking, dat
de poriën van sommige ligchamen slechts haarbuisjes zijn, en dat, bij voorbeeld
in touw, linnen, katoendraden, enz., de ligging der plantenvezels naast en op
elkander ook weder haarhuizen vormen, dan zult gij zonder moeite begrijpen, dat
alleen aan de kennis der aantrekkingskracht van de haarhuizen de volgönde
verrigtingen haar bestaan hebben te danken. In de steengroeven in Frankrijk
en Duitschland worden in de groote steenbrokken kloven gehakt, en daarin
drooge houten wiggen geslagen. Worden nu die wiggen aan eene zijde nat ge-
maakt, dan dringt het water verder door het hout, de wiggen zetten zich uit,
en de steenen springen vaneen. Hierdoor verkrijgt men veelal de steenklompen
voor de molenstcenen.
Waimeer men een droog touw sterk uitspant, en daaraan een zwaar gewigt
hangt, dan zal het tfiuw, door het te bevochtigen, uitzetten of dikker worden,
in lengte afnemen en het gewigt opligten, dat alsdan kan verplaatst worden.
Wanneer op de kust van Guinea, in Afrika, de sterk opdroogende Harmat-
tan waait, omwinden sommige bewoners hunne meubelen met katoendradcii,
welker einden in potten met water hangen. Deze draden voeren bet water door
hunne geheele lengte heen, en houden de meubelen vochtig, zoodat de droogte
ze niet kan vaneen scheurep. Bevestigt men aan de beide einden van eenen lan-
gen opstaanden houten balk twee rollen, die elk om eene horizontale as draai-
jen kunnen; spant men over deze beide rollen eenen breetlen band zonder eind,
van hennip of touw gevlochten, dat is een band, wiens beide einden aan elkan-
der zijn verbonden, en die dus gelijktijdig over beide rollen loopt, wanneer
er eene dezer wordt omgedraaid; plaatst men nu de onderste rol in een' bak
met water, zoodat het touw, hetwelk er over heen gaat, voortdurend door
het water srijkt, " dan is zulk een werktuig zeer geschikt, om het water uit
dezen bak te voeren in een' anderen, die bij de bovenste rol ligt: daar de
vloeistof in dien band blijft hangen en zich in den hooger gelegenen bak kan out-
lasten. Van dit werktuig, het iouwwerktuig uon l^eroe genoemd, maakt men dik-
werf in het groot gebruik, om water op te voeren.
Beantwoordt nu nog de volgende vragen als zoo vele
Toepassingen.
Waarop berust het aaneensmeden, lasschen en wellen der metalen, alsmede
het verzilveren en vergulden, het beleggen van spiegels, het lijmen en plakken?
Waarom is het nadeelig, te veel lijm, stijfsel of kalk te gebruiken?