Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.607
dikwijls mislukt, eenigzins gewijzigd. Volgens hem neme men eene geelkoperen
staaf A J5, (zie fig. 364)» ^ an 6 a 7 duim dik en 4 a 5 palm lang, bevestigd aan
eene isolerende glazen staaf C. De staaf A B wordt verticaal gehouden, en daar-
door hangen de electrische slingertjes a en b, die boven en onderaan deu ge-
leider door middel van kleine oogjes verbonden zijn, tegen dezen aan. Brengt
men nu onder bij het einde A een electrisch ligchaam jD, dan wijken de slingertjes
oogenblikkelyk van den conduc-
tor af, en men kan door het proef-
schijfje de beide soorten van E
onderzoeken. Raakt men, terwijl
het positief-electrisch ligchaam D
zich voortdurend aan het onder-
einde A bevindt, het boveneinde
B met den vinger aan, zoo wordt
de naar dat einde afgestootene
in den grond afgeleid; de
slinger a valt tegen den conductor
A Bf terwijl b zich nog meer ver-
wijdert door de —E, die uit ons
ligchaam, of uit den grond naar
A in nog grootere hoeveelheid dan
vroeger wordt heengetrokken;
neemt men na die aanraking eerst
den vinger van het boveneinde
weg, en daarna de stang D, zoo
verwijderen zich beide de slingers weder van de oppervlakte des geleiders A B-,
de geheele conductor is nu met —£ geladen. Het afwijken van a na de verwyde-
ring van de stang D is een gevolg daarvan, dat de —E eerst door deze laatste aan
het einde A werd gebonden, en vervolgens zich vrij over den conductor kon ver-
spreiden, toen de stang D was weggenomen. Wij leeren uit deze merkwaardige
proefneming, dat de door verdeeling of invloed in een niet electrischen geleider
opgewekte electriciteit, na verwijdering van het electrische ligchaam, oogen-
blikkelijk tot den neutralen toestand kan terug keeren, maar ook blijvend kan
gemaakt worden.
Wij hebben alzoo de overtuiging verkregen, dat de aantrekking van ongelijk-
namige en de afstooting van gelijknamige electriciteiten geschiedt, niet alleen
dan, wanneer de beide electrische vloeistoffen reeds gescheiden zijn, maar dat
die aantrekking en afstooting zich ook vertoonen, wanneer men een ligchaam,
dat in den natuurlijken toestand verkeert, met een, dat electrisch is, nadert;
dat dit laatste alsdan de vereenigde beide electrische stoffen, die in het andere
ligchaam verbonden waren, van elkander scheidt, deze beiden verdeelt. Men
noemt dit een ligchaam electrisch maken door verdeeling of door inductie.
lÜA