Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.606
maakte, en wel door eene der beide vooronderstelde magnetische vloeistoffen
aan te trekken en de andere af te stooten ? — Welnu, er zal zich thans een gelijk-
soortig verschijnsel opdoen.
Zij c c eene metalen staaf (zie fig. 363), aan beide einden van haakjes voor-
363.
zien en geplaatst op een' glazen voet; laat aan elk der haken een paar slingers
hangen van vlierpit en bevestigd aan geleidende draden, b v. van vlas of hennip.
Wij stellen ons voor, dat elk paar kogeltjes rustig vereenigd aau de staaf hangt;
de staaf zij dus onzijdig of in den natuurlijken toestand. Houdt men nu eene gewre-
vene en dus electrische harsstang r nabij het eene einde c' van den geleider, zonder
hem aau te raken, zoo wijken de vlierpithalletjes aan beide einden van elkander
af, verwijdert men vervolgens de stang, zoo keert de staaf c c'weder in haren
natuurlijken toestand terug, en de balletjes vallen tot elkander.
Dat wij nu onderzoeken, welke soort van electriciteit aan elk einde des gelei-
ders de overhand heeft! Daartoe neemt men een aan een' isolerenden draad han-
gend vlierpitballetje, en maakt het door de harsstang negatief-electrisch. Ver-
volgens houdt men de electrische stang r op nieuw nabij het einde c van den
langwerpigen geleider cc'; de beide paren vlierpithalletjes wijken weder uit
elkander, zooals ten gevolge der vorige proef te veronderstellen was. Nu kan
men door middel van het eerstgenoemde, geïsoleerde, negatief-electrische vlierpit-
balletje de soort vau electriciteit der genoemde paren balletjes onderzoeken.
Dit doende, ziet men dat het paar, hangende aan het einde c, door het geïsoleerde
balletje afgestooten, en het andere paar in c er door wordt aangetrokken. Dit
bewijst ten klaarste, dat het einde c van den conductor negatief- en het einde c
positief-electrisch is geworden door de nabijheid van de negatief-electrische hars-
stang r. Men zou ook de soort van electriciteit door het proefschijfje hebben
kunnen onderzoeken. Riess heeft deze proeve, welke op de aangewezene wijze