Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.602
3'. De eleclricUeit, waarmede een geïsoleerde metalen bol is geladen, verdeelt
zich gelijkmatig over dien bol, dat wil zeggen, zij is op de eene plaats niet in groo-
ter hoeveelheid aanwezig, dan op de andere. Ona dit te bewijzen kan menden
bol met het proefschijQe i (zie fig. 359) of met het bovengedeelte van destang
6 (zie fig. 360) op verschillende plaatsen aanraken, en de afetooting tusschen
de ligchamen n en i of de beide goudblaadjes zal overal dezelfde zijn. Het spreekt
al weder vanzelf, dat het schijQe i, alvorens een ander deel van het oppervlak
van den bol te onderzoeken, eerst moet ontladen worden door het in de hand
te nemen, en eveneens moet men ook n altijd vooraf in den natuurlijken toe-
stand brengen. De gezegde gelijkmatige verdeeling der electriciteit over den bol
is een gevolg van het afstootend vermogen, dat de deelen der electrische stof van
dezelfde soort op elkander uitoefenen; hierdoor verwijderen deze deelen zich
zoover mogehjk van elkander, verspreiden zich naar alle rigtingen, tot zij er-
gens eenen hinderpaal ontmoeten; die hinderpaal is de lucht, die den gelei-
denden bol omringt; ware er de lucht niet aanwezig, de deelen zouden elkander
nog verder afstooten: daarom verliest een electrisch ligchaam in het luchtledige
al zijne electriciteit. Hieruit volgt:
4*. Indien men een geïsoleerden, electrischen, metalen bol met een anderen van
gelijke grootte en gedaante, die in den natuurlijken toestand verkeert en die ook gei-
soleerd is, in aanraking brengt, dan verdeelt zich de electriciteit over beide gelijk-
matig.
5'. JVgrdt het geleidend oppervlak, waarover de electriciteit zich kan versprei-
den, grooter, dan verdeelt zij zich, tengevolge van haar afstootend vermogen, over
dat geheele oppervlak, en de digtheid of spanning, en dus ook de aantrekking of af-
stooting met betrekking tot andere electrische ligchamen, nemen af Hierdoor ver^
klaart het zich, waarom de ligchamen, die men van hunne electriciteit wil be-
rooven, met de hand kunnen worden aangeraakt en alzoo met den grond in ge-
meenschap gebragt: immers wordt de electriciteit alsdan over de geheele aarde
verdeeld en alzoo onkenbaar gemaakt. Men kau deze waarheid op de volgende
wijze aanschouwelijk maken. Men hangt een metalen cilindertje m n (zie fig. 361)
van ongeveer 3 a 4 palm lengte, en dat aan de einden van dunnere verlengstuk-
ken is voorzien, die in knoppen eindigen, aan twee zijden snoeren op. Op het
dikste gedeelte van den cilinder kleeft men over zijne geheele lengte een blad
goudpapier met een zijner randen vast, terwijl men de andere vrije zijde van het
papier op een glazen staafje a b plakt, aan welks einden ook zijden koordjes
<1 c en bc ziju gehecht. Het blad papier wikkelt men twee of meermalen
om den cilinder, zoodat, wanneer men aan het einde c der koorden trekt,
het papier van deu cilinder wordt ontrold, en deze laatste door de beide koor-
den, waaraan hij hangt, naar boven wordt gevoerd, terwijl hij weder door
zijn eigen gewigt daalt, en het papier er op nieuw wordt omgewikkeld, indien
men dekoorden ac en 6c langzaam vrij laat.
In hetmiddeuder zijde ab hangen aan geleidende draden, van vlas of hennip