Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.99
opening op den conductor, eu nu neemt men aan het rijzen van het balletje
de toeneming of den stilstand van de spanning der electriciteit waar.
Door den genoemden quadrant-electrometer is gebleken, dat de electriciteit,
ten gevolge van het gestadige omdraaijen der schijf, niet vermeerdert, maar dat
zij al spoedig haar hoogste punt van spanning bereikt. Zoodra n. 1. de schijf
vpordt omgedraaid, ziet men het kogeltje e ras klimmen; weldra echter bereikt
het eene hoogte, die het, hoe lang men ook draaijen moge, niet meer verlaat,
en dit is een stellig bewijs, dat, hoewel er voortdurend electriciteit wordt ont-
wikkeld, de spanning op den eersten geleider niet meer toeneemt. Men ver-
klaard dit met grond daardoor, dat de geleider, hoe sterker hij geladen wordt,
des te meer electriciteit afgeeft aau de lucht, de stijlen en de pooten van het
werktuig; er moet echter, bij voortgezetteu arbeid, een oogenblik komen, dat
de toevoer van electriciteit het verlies van deze evenaart, en dit is natuurlijk dat
tijdstip, waarop het kogeltje niet meer ryst.
Ook ontdekt men door dezen electrometer, dat de graad vau spanning, waar-
toe men de electricileit op den conductor kan brengen, van het weder afhangt:
bij vochtig weder is het verlies van electriciteit zeer groot, eu men kan dus den
geleider niet zoo sterk laden als bij droog weder, hetwelk natuurlijk door de
meerdere of mindere klimming van het kogeltje aangewezen wordt. Dit ver-
klaart dus ook, waarom het blazen over den conductor reeds genoeg is om hem
te ontladen. Wil men den conductor spoedig laden, men wachte zich om er zeer
nabij te komen, want ieder mensch toch heeft een eenigzins vochtige luchtlaag
om zich heeu. Om deze reden is dan ook de houten ring E (zie fig. 349) hoog bo-
ven den persoon gebragt, die aan de kruk m is geplaatst.
De goudblad-electromeier van Bennet is bij electrische proefiiemingen algemeen
in gebruik, en inderdaad schier onmisbaar. Hij bestaat (zie fig. 359) uit eene
glazen flesch o; in den hals is eene geel koperen staaf 6
bevestigd, die met isolerende stoffen, hetzij door eene
glazen buis, hetzij door lagen hars of schellak is om-
kleed, bovendien in een glazen buis is besloten, ten
einde het neerslaan van dampen voor te komen, en
die alzoo nergens de flesch raakt. Boven aan de staaf
b kan men een' knop of plaat c, ook van geel koper,
vastschroeven. Onderaan de koperen staaf hangen twee
smalle reepjes bladgoud cn, die door de flesch tegen togt
en vocht beschut zijn. Raakt men nu den koperen knop
of de plaat c met een electrisch ligchaam aan, dan wordt
ook deze, en daardoor ook de goudblaadjes, electrisch,
en omdat de electriciteit van beide blaadjes gelijknamig
is, zoo stooten zij elkander af en vormen dien ten gevolge
eenen hoek ene, welks grootte kan bepaald worden, in-
dien er onder aan dc flesch op de hoogte der goudblaadjes eeu verdeelde cirkel-
F!>.359.