Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
598
Fig 358.
fig. 334). Eeu smal reepje of eeu dunne draad geel koper, eindigende in twee
kogeltjes, die om de ligtheid te bevorderen hol ziju, rust in het midden op eene
zeer fijne punt, en opdat het naaldje van deze niet afglijden en tevens niet veel
wrijving ondervinden zoude, heeft het in dit rustpunt een agaten hoedje, of slechts
eene kleine holte in het koperdraad, waarin het de spil opneemt. Nadert men
nu een der bolletjes met een zelfs zeer zwak electrisch ligchaam, zoo gaat de
naald aan het draaijen. Rust de naald op eenen glazen of isolerenden voet, en
deelt men haar eene bekende soort van electriciteit mede, bij voorbeeld die van
eene glazen stang, dan kan men uit de aantrekking of afstooting, die er tusschen
haar en een ander electrisch ligchaam bestaat, tot de soort van electriciteit be-
sluiten. Dit werktuigje kan nog veel gevoeliger ingerigt worden door de naald
van gomlak of schellak te maken en aan de einden twee kleine schijfjes goud-
papier, vast te hechten. Meu ziet, dat ook deze naald, hoe gevoelig zij zijn moge
slechts weder gebrekkig den graad van electriciteit kan aangeven. Beide de ge-
noemde werktuigen dragen daarom ook slechts den naam van eleetroscopen.
Een iets beter middel dan de voorschrevenen en dat dan
ook met eenig regt elecirometer, d. i. aanwijzer, maat tot
bepaling van den graad der electriciteit, genoemd wordt,
heeft Henley uitgedacht; naar hem voert het den naam
van (juadrant-electrometer van Henley. Fig. 358 geeft er
eene afbeelding van.
Dit werktuig dient bepaaldelijk, om met de schroef a op
den conductor van de electriseermachine of op een ander
nader te beschrijven werktuig te worden vastgeschroefd.
Is dit geschied, en er nog geene electriciteit opgewekt, dan
hangt de slinger e n, bestaande uit een kogeltje e van
vlierpit, gehecht aan een dun, van vischgraat, ivoor of
een plantenstengeltje gemaakt staafje, dat om een hori-
zontaal asje n beweegbaar is, tegen den metalen cilinder
ab aau. Wordt vervolgens de conductor en dus ook de
electrometer electrisch, dan verwijdert zich het kogeltje
van het metaal, en wel des te sterker naarmate de elec-
trische belading toeneemt. Op eeuen verdeelden halven cirkel m, wiens middel-
punt in het ophangpunt ndes slingers ligt, wordt het getal graden afgelezen,
dat het isolerende staaQe cn of het kogeltje e doorloopt. Er is evenwel eene
ligte berekening noodig, om den graad van afstooting van het kogeltje e te bepa-
len, want het aantal graden, dat de naald afwijkt, vermeerdert niet in dezelfde
reden met de electrische spanning. Men kan dit toestelletje, als het niet op
groote naauwkeurigheid aankomt, veel eenvoudiger inrigten; daartoe neemt meu
een* geel koperen draad, buigt die van boven tot een' ring ora, hangt hieraan
door middel van een' fijnen draad, die, ora stijf te zijn, met eiwit is bestreken,
een balletje van vlierpithout, zet den koperen draad in eene daartoe aanwezige