Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.587
minder sterke drukking, enz , kan maken, dat de stoffen in de opgenoemde reeks
eene andere plaats moeten innemen. Daarom zeiden wij boven, dat somtijds het
glas —E verkrijgt, door het met een kattenvel te wrijven. Het is ons herhaalde
malen voorgekomen, dat binnen den tijd van een uur de soort van electriciteit
verscheidene keeren afwisselde, bij aanwending van dezeUde stoffen. — Indien
men de glasstang eenige malen boven of door de vlam der alkohollamp haalt en
dan wrijft, is ook haar electrische toestand dikwijls veranderd.
Men zal nu uit het behandelde gemakkelijk kunnen verklaren, wat de reden is,
dat eene zijden kous, eenige oogenblikken na zij is uitgetrokken, dikwijls blijft
liggen, als ware zij met lucht opgeblazen, en waarom sommige lieden, wanneer
zij zich van dit kleedingstuk ontdoen, nu en dan vonken uit het been of den voet
zien springen; alsmede de oorzaak kunnen opgeven van het volgende verschijn-
sel: wanneer men eene witte en zwarte zijden kous over elkander aantrekt en
er zich des avonds van ontdoet, zoo bemerkt men, dat de kousen allen opgeblazen
liggen; de witte in elkanders nabijheid gebragt wordende, stooten elkander af
en even zoo de zwarte; de witten trekken echter de zwarte aan en blijven na de
aanraking slap liggen.
VIER EN ZEVENTIGSTE LES
De electriseermachine. Eleetroscopen en eleclronieters.
Wellen aangaande de electricileil.
Mij dunkt de naam van electriseermachine moet den lezer niet vreemd voor-
komen. Dit werktuig toch is zoo algemeen verspreid, dat het dikwerf de eigendom
is van menschen, die zich voor het overige weinig of niet met de beoefening der
natuurkunde bezig houden; vooral is dit het geval in ons land, waar men zich,
toen de electriciteit zich meer in hare bijzonderheden liet kennen, vlijtig heeft
werkzaam getoond met het onderzoek naar de electrische verschijnselen, en van
waar zeer vele ontdekkingen te dezen aanzien zijn uitgegaan. Er zijn dan ook
inderdaad weinig natuurkundige werktuigen, waarmede men gemakkelijker proe-
ven kan nemen, en die eene grootere belangstelling en opgetogenheid, vooral onder
de onkundigen, te weeg brengen, dan de electriseermachine. Zij wordt dan ook
niet zelden vermaakshalve aangeschaft; maar hij, die zich niet goed met de grond-
waarheden der electriciteit heelt bekend gemaakt, stoot bij de behandeling van het
werktuig op vele zwarigheden, ziet dikwerf zijne moeitemet teleurstelling beloond,
en geraakt bovendien al zeer spoedig ten aanzien zijner vertooningen uitgeput.
Wij willen al aanstonds tot de beschrijving van het bedoelde werktuig overgaan.
Men heeft aan de electriseerwerktuigen velerlei inrigtingen gegeven. In ons
land heeft zich van Marum, wat doelmatigheid van zamenstelling betreft, een'
grooten roem verworven; maar door niet eene inrigting is zooveel kracht ontwik-
keld, als door die van W^inter te Weenen. De heer van Dreeven alhier heeft de za-