Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.579
aan spinrag hangen. Wilt gij de proef nog fraaljer doen uitvallen hang dan aan
een' draad, zoo fijn mogelijk, een weinig dons, en houd er de gewrevene stang
hij, dan zal het dons deze overal tot zelfs op een' grooten afstand volgen, en de
draad, wat meer is, in een' geheel horizontalen stand worden gehragt. Het is
hieruit blijkbaar, dat het glas door het wrijven een aantrekkend vermogen op
de genoemde ligchamen heeft verkregen, want vóór de wrijving was hiervan
niets waar te nemen. Vat men de gewrevene stang met de volle hand aan, 'eu
strijkt men er deze in de lengte geheel over heen, zoo heeft zij al hare aantrek-
king verloren.
Eeu dergelijk verschijnsel doet zich op, indien men eene stang van hars, een
stuk lak, pek, barnsteen of edelgesteente wrijft, ja, bij n/fe ligchamen zal men
deze aantrekking gewaar worden, indien men teu aanzien van sommige voor-
zorgen neemt, welke later zullen worden vermeld. Daar de gewrevene glas- of
harsstang op alle punten harer oppervlakte de ligte ligchamen aantrekt, zoo ziet
men, dat deze kracht hierin van het magnetismus afwijkt.
Het is in de vermelde eenvoudige proeve zeer opmerkelijk, dat het gewrevene
ligchaam eerst sommige papiersnippers aantrekt, deze vervolgens weder afstoot,
daarna op nieuw aantrekt, enz. zoolang tot alle werking ophoudt. Wij zouden
kunnen meenen, dat het vallen der kleine ligchamen eigentlijk geen afstooten,
maar een gehoorzamen is aan de zwaartekracht; neem, om overtuigd te worden,
dat dit niet zoo is, een zeer ligt kogeltje a (zie fig. 346), gemaakt van de pit, het
merg of het binnenste van vlierboomhout, en han-
Fig, 346. gende aan een' zeer droogeu zijden draad, die aan
een' glazen standaard 6 is bevestigd. Nader uu dit
ligchaampje met de gewreven glazen staaf of de
stang van hars c, en het balletje zal eerst tot de
stang naderen en de plaats a innemen, vervolgens
er zich van verwijderen en zich in den stand o"
plaatsen. Dit kan geene uitwerking der zwaaarte-
^ kracht zijn. De bal wordt door de stang blijkbaar
" ^ afgestooten. Ook wijkt het verschijnsel geheel van
• de magnetische werking af. Na het aantrekken
volgt bij den magneet geen afstooten.
Houdt men de gewrevene glazen stang of harsstaaf digt bij het aangezigt, dan
brengt dit een gevoel voort, alsof er eene spinneweb voor het gezigt hangt. Meu
hoort ook onder het wrijven een eenigzins knappend geluid. Doen wij onze
proeven in een donker vertrek, zoo gaat dit knappen niet zelden van eene licht-
flikkering vergezeld; en houdt men alsdan den knok van eenen der vingers zeer
nabij de gewrevene stangen, zoo springen er vonken over, die ons een eenigzins
prikkelend gevoel veroorzaken.
Men noemt de oorzaak van al de verschijnselen, die wij bij onze proeven waar-
namen, clectriciieit. Die naam is afkomstig van het grieksche woord elektron, dat