Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.577
die rigiing, waarin de deelen eens ligchaams het naast hij elkander liggen.
Volgens Faraday wordt de op de hoofdsplijtingsvlakte loodregt staande hjn aan-
getrokken. Er zijn hierop evenwel uilzonderingen.
ir. Faraday heeft ook ontdekt, dat de magneetkracht het vermogen hezit, om
het slingeringsvlak van een' gepolariseerden lichtstraal te doen draayen, dat
is eene eenigzins andere rigting te geven. Om dit aan te toonen kan men het
poolstuk pp' (zie fig. 324) van een' zeer krachtigen magneet merlangs in twee
deelen verdeelen, vervolgeus in iedere helft over de geheele lengte eene groe^e
maken, zoodat deze beide groeven, bij het plaatsen der twee ankerdeelen op de
polen des magneets, tegenover elkander gebragt wordende, een enkel kanaal
vormen. Aan de beide einden van deze groeve verbeelde men zich een nicoisch
prisma geplaatst (zie fig, 270); wanneer men nu in de verlenging van het kanaal
de vlam eener lamp plaatst, welker licht dus door het prisma gepolariseerd
wordt, en als zoodanig door het kanaal naar het tweede prisma wordt gevoerd,
dan zal eeu oog het door dit tweede prisma gaande licht in zekere stelling
kunnen opvangen, maar (zie bladz. 44^) roen zal het ook door omdraaijing van
het prisma uitdooven of liever onzigtbaar kunnen maken, en in dat geval ge-
schieden de trillingen van den ether evenwydig aan de hoofdsnede des kristal»
waarvoor het oog is geplaatst. Laat meu nu alles in deze stelling blijven, is het
licht alzoo onzigtbaar, dan zal, zoodra den hoef zijne magnetische kracht weder
wordt gegeven, het licht oogeublikkelijk weder zigtbaar worden; bij het ont-
nemen der magnetische kracht, wordt de vlam weder schijnbaar uitgedoofd. Wil
men het licht, na het door de magneetkracht weder zigtbaar is geworden, op
nieuw onzigtbaar maken, dan moet het prisma eenige graden worden omgedraaid,
en wij zien ten duidelijkste, dat de magneet de rigting van het trillingsvlak ver-
anderd heeft.
Wij zullen later eene andere inrigting leeren kennen, die ons in staat stelt,
om op eene meer doelmatige wijze het trillingsvlak te doen draaijen.
Ten slotte voegen wij hier nog bij, dat eene dergelijke proef met de warmte-
stralen genomen zijnde, dergelijke uitkomsten gaf. De draaijing van het polari-
satievlak der warmtestralen door de werking van den magneet, is door de la
Prevostaije en Desains aangetoond; ook hierin vindt dus overeenkomst plaats
tusschen licht en warmte.