Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.570
Op werkt, en niet aantrekkend; want ware dit laatste het geval, zoo zou het staal
als magneet zwaarder zijn dan vóór den magnetischen toestand, en een op kurk
drijvende magneet zou zich altijd naar de magnetische pool der aarde bewegen,
even als eene magnetische stalen pen, die men op een papiertje of stukje kurk op
het water legt, den staafmagneet volgt, welken men er bij brengt. De magneet
beweegt zich niet naar de pool der aarde, omdat deze laatste op zulk een' grooten
afstand van de naald verwijderd ligt, dat men de lengte der naald met betrekking
tot dien afstand als nul kan beschouwen, zoodat de noord- en zuidpool der naald
als het ware even ver van de magnetische aardpool verwijderd liggen, en de eene
dus met eene kracht zal worden afgestooten, die gehjk is aan die, waarmede de
andere wordt aangetrokken; de naald kan zich dus uiet voortbewegen. Bij het
gebruik van eene staaf en een ligt magnetisch voorwerp evenwel, ligt de met de
pool der staaf ongelijknamige pool der naald haar veel nader bij dan de andere,
en er moet derhalve aantrekking of beweging volgen.
Men vervaardigt ook wel magneetnaalden, op welke de rigtende kracht der
aarde of geenen of eenen zeer zwakken invloed uitoefent, eu noemt deze astatische
naalden. Zij worden dikwijls tot onderzoekingen aangewend, waarvan later eerst
sprake zijn kan. Fig. 342 stelt eene astatische naald voor. Zij bestaat uit twee
Fi/j. 342. magneetnaalden van zooveel mogehjk gelijke
sterkte, die zoodanig met elkander verbon-
den aan een draad zijn opgehangen, dat de
zuidpool des eenen onder de noordpool des
anderen ligt, en omgekeerd. Daardoor ver-
krijgt men, dat geene der naalden eene be-
paalde rigting aanneemt, of, zoo dit het geval
mogte zijn, de geringste kracht in staat is,
om die rigting te veranderen.
Wij hebben nog niet vermeld, waarom de
magneetnaald, die als declinatienaald wordt
aangewend, niet even als de inclinatie-naald naar beneden duikt. Dit ontstaat
daaruit, dat men door het ophang- of beweegpunt der naald boven het zwaarte-
punt te brengen, bewerkt heeft, dat de naald zich alleen in een horizontale rig-
ting bewegen kan, doordien de kracht, waarmede de noordpool benedenwaarts
wordt getrokken, door de ligging van het zwaartepunt wordt vernietigd.
Niet alleen heeft het aardmagnetismus invloed op den magneet, maar ook
op het weeke ijzer. Het scheidt de daarin verbondene magnetische vloeistoffen,
en zet het ijzer polariteit bij. Niets is inderdaad verwonderlijker dan de snelheid,
waarmede het aardsche magnetismus de polen in het weeke ijzer omkeert, wan-
neer de stelling, waarin de ijzeren staaf eerst verkeerde, veranderd wordt.
Wanneer men b. v. eene stang van week ijzer, die een of meer el lang is, in
de rigting houdt van de inclinatie-naald, dat is zoo schuin, dat zij met deu
horizon eenen hoek maakt van omtrent 68°, en zich tegelijk in den magnetischen