Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
de stof zich tot eenen draad laat uittrekken. Ik heb u reeds een merkwaardig
voorbeeld van rekbaarheid in het jilatina aangetoond, en ook toen vermeld, hoe
men de metalen door het trekijzer tot draden trekt. Gesmolten glas leerden wij
ook als zeer rekbaar kennen. Zilver en koper zijn rekbaarder dan goud, enz.
Smeedbaarheid is eene eigenschap van die ligchjimen, welke toestaan, dat men
hunne atomen eene rigting geeft, zooals men verkiest, zonder hunnen zamenhang
te verliezen, waardoor het fnogohjk wordt, om de stof tot dunne bladen te
slaan. Goud is te dien aanzien zeer merkwaardig. Het Iaat zich tot blaadjes
smeden, waai-van er 1500 op elkander gelegd slechts de tlikte van een blad gewoon
schrijfpapier hebben. Doorgaans worden de metalen door het smeden vaster,
helderder van klank en veerkrachtiger.
Buigbaarheid is eene eigenschap dier ligchamen, waarin de atomen zoodanig
geplaatst zijn, dat zij eetie rekking of verwijdering door ombuiging toestaan,
zonder verbreking van den zamenhang; dun glas, de stengels van planten, de
sj)iercu van ons ligc.haain zijn buigbaar.
Wat veérkrachtig en poreus beteekent, en wanneer de ligchamen bij uitnemend-
heid alzoo genoemd worden, is ouder de algemeene eigenschappen der stof ver-
klaard. —
Den ligchaam noemt men al of niet digt, naar mate het onder eene zekere
uitgebreidheid veel of weinig atomen bevat. Ken kubieke duim goud be\ at veel
meer atomen dan een kubieke duim kurk ; daarom noemt men het goud digter
dan de kurk. Dit is een zeer gepaste naam, want de ligchamen, die de meeste
poriën bezitten, zijn ook het meest ijl, of het minst digt, en hebben derhalve
de minste atomen in eene zekere aangenomene uitgebreidheid.
Ten slotte wil ik nog aaiunerken, dat men door vermenging den zamenhang
der ligchamen kan veranderen of wijzigen. Zoo wordt goud byna nooit anders
verwerkt, dan vermengd met zilver of koper, want daardoor wordt het vaster.
Om dezelfde reden mengt men koper onder zilver. Ook kan men den zamenhang
verminderen. Smelt vijf deelen lood, drie deelen tin en acht deelen bismuth
ondereen, en gij krijgt een hard metaalmengsel, dat echter in kokend water
smelt. De zonderlingste, de onverklaarbaarste verschijnselen doen zich bij de
ligging van de atomen der ligchamen op. Eene andere rangschikking der deelen
geeft de stoffen een geheel ander aanzien. Bij gewone suiker merken wij reeds zulk
een verschil op: in de kandijsuiker hebben wij een zeer helder kristal, in de
broodsuiker eene korrelige, kristallijne, ondoorschijnende massa; in de zooge-
naamde bonbons eene glasachtige zelfstandigheid, en in de gewone suikei eene
poedervonnige stof. Het krijt en het schoone glanzige marmer bestaan uit de-
zelfde stof; en welkeen verschil in het uiterlijke! De broze, ondoorschijnende
houtskool, het zwart, dat door den rook van een lamplicht zich aan de omrin-
gende voorwerpen hecht, en de zoo bij uitstek harde, helder doorschijnende dia-
mant Zijn slechts, gelijk wij zagen, ééne zelfstandigheid, koolstof namelyk, on-
der verschillende rangschikking der atomen; aaneen hevig vuur blootgesteld.