Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.857
vlakte zijner poolzijden als het ware verdeeld is, cn daardoor ook slechts ge-
deeltelijk werken kan op de ligchamen, die men deze vlakten aanbiedt, zoo heeh
men een middel bedacht, om deze kracht als in één punt zamen te trekken. Dit
geschiedt op de volgende wijze:
Zij A (zie fig. 331 en 332) een natuurlijke magneet, in de eerste fig. regt van
voren, en in de tweede
Fig. 331.
K
-A
Fig. 332.
R

3

'j/i
r "1 i!i
j' 6,
1 h
luUid
1' i iflï ll i k i'' ( f'Ill (
iffliKi ll
i f/t
op zijde gezien, a6zijne
noordelijke en cd zijne
zuidelijke poolzijde.
Dezelfde letters heb-
ben in beide figuren
dezelfde beteekenis.
Legt men nu op elk
dier jiool zijden een stuk
week ijzer a b en cd,
bijna zoo breed als de
magneet en omtrent
een vierde duim (cen-
timeter) dik, welke
ijzeren platen de beide
genoemde zijden goed aanraken en van omleren in twee eenigzins scherp toeloo-
|>ende verbreeilingen N en Z eindigen, die den magneet op zich doen rusten, zoo
wordt, als het ware, de kracht van de beide magnetische vloeistoffen in A' en Z
vereenigd, en wij zijn in de gelegenheid gesteld aan deze punten een stuk zacht
ijzer P tot anker of poolstuk te voegen, dat dezelfde diensten kan bewijzen, als
bij den boef-magneet is vermeld. Zulks geschiedt dan ook: de magueet wordt
alzoo gewapend, beide zijplaten of vleugels door geel koperen banden m n, m
die den magneet omvatten, aan elkander gehecht, vervolgens op den bovenkant
der ijzeren platen een geel koperen band a c vastgeschroefd, waaraan een ring
R Ixïvestigd is, en de magneet eindelijk daaraan cn van zijn anker voorzien tot
het nemen van proeven opgehangen. Zulke magneten hebben soms eene aanzien-
lijke grootte; men vindt er onder anderen twee van zeer groote afinetingen te
Haarlem in Teijlers museum; de grootste en tevens een der grootste, van welke
men kennis heeft, weegt 150 kilogrammen en draagt, het anker eu de schaal om
het gewigt op te plaatsen medegerekend, eene zwaarte van 115 kilogrammen.
De magneet, die hier het naast bij komt, zou door een keizer van China in de
laatste helft der voorgaande eeuw aan Jan V, koning van Portugal, ten geschenke
gegeven zijn; die magneet moet 100 kilogrammen dragen.
Men zou denken, dat aldus gewapende natuurlijke magneten, alsook hoefijzer-
magneten, des te meer gewigt zullen dragen, naarmate zij groote? zijn; dit is
intusschen zoo niet. Een magneet draagt naar evenredigheid meer, naarmate
hij kleiner is.