Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.548
A
7 8
riMi ^
2 op a uitoefende; de aantrekking zal dus in den laatstaangenomenen stand veel
minder zijn dan in deu eersten. Plaatst men het magnetisch deel a zoodanig als
fig. 322 aangeeft, dau vernietigen 1, 2, 3 tot ö elkanders werking op a, eu eerst
Fig. 322. 7 kan een zeer zwak
aantrekkend ver-
mogen uitoefenen.
Hieruit heldert zich
an
<t als van zelf op ,
waarom de werking in het midden 7iul mag gesteld worden, en waarom zij met des
te meer spoed toeneemt, hoe meer men het einde nadert. Fig. 323 stelt voor op
Fiq. 323. welk eene wijze de magneet-
kracht in eene staaf, wier
lengte meer dan 18 duim
bedraagt, van het midden
naar het einde toeneemt;
a m verbeeldt de helft der
staaf, m het midden, de lij-
nen loodregt op hare lengte
getrokken, duiden haar aan-
trekkend vermogen op de
verschillende plaatsen, waar
zij staan, aan.
Uc lui nieiioe upgcgevene eigeiisciiappeu van den magneet verklaren een aan-
tal zoogenaamde kunststukjes, van welke wij er enkele willen vermelden. Het
is waar, de vermelding van dergelijke zaken zijn, wel beschouwd, beuzelarijen,
maar het is ook tevens waar, dat menig onwetende er door tot nadenken wordt
gebragt, eu eene begeerte tot onderzoek verkrijgt, die geleerde verhandelingen
hem welligt niet zouden hebben ingestort.
r. Zeker hebt gij menigwerf vischjes, zwaantjes, scheepjes en dergelijke als
kinderspeelgoed aangetroffen, die, iu eenen schotel met water gelegd zijnde,
door middel van een staafje of haakje in alle rigtingen konden worden bewogen.
Deze voorwerpen zijn gewoonlijk hol, en gemaakt van zeer dun koper, dat met
een gekleurd vernis is bedekt; inwendig bevatten zij een ijzerdraadje, dat door
het staafje hetwelk magnetisch is gemaakt, wordt aangetrokken. Is het ijzer-
draadje insgelijks magnetisch, dan kan men de voorwerpen zich ook van het
staafje doen verwijderen, indien men dit met het andere einde er naar toe keert,
dat is, zoo men de gelijknamige polen elkander doet naderen.
2*. Eene naainaald kan uit een glas water gehaald worden, zonder het water
aan te raken ; men houdt daartoe een'magneet aan de buitenzijde van het glas,
ter plaatse waar de naald ligt; deze wordt door den magneet aangetrokken en
gedrongen, hem tot aan den rand van het glas te volgen. Zoo kan men ook stukjes
ijzerdraad of naalden zich naar welgevallen doen bewegen op het blad eener