Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.526
Waarom hebben bladeren en andere deelen der planten op de naar den hemel
gekeerde zijde eene gladde, en van onder eene meer oneffen oppervlakte? (Door
de gladheid der bovenzijde wordt eene te sterke verhitting des daags voorge-
komen, en door de ruwheid der onderzijde eene te groote afkoeling des nachts.
Door de benedenzijde neemt de plant, voor de van haar uitgestraalde warmte,
vergoeding uit de warmte, die door de aarde uitgestraald wordt).
VIJF EN ZESTIGSTE LES.
Over verschillende wijzen, waarop men warmte voorlbreogl,
opwekt of ontwilikelt. Brandstoffen. Vuurspuwende
bergen. Dierlijke warmte.
Fig. 306.
Wij beginnen met uwe aandacht te doen vestigen
op algemeen bekende verschijnselen.
Indien men een' vuursteen (kiezelsteen) en een stuk
staal (liefst uit twee deelen staal en een deel antimo-
nium bestaande) sterk tegen elkauder slaat, springt
er vuur uit. Toen gij als kind een stukje metaal, bij
voorbeeld een' koperen knoop, sterk op de tafel
wreeft en het uwen speelmakker onverwachts op de
hand druktet, wist gij zeer goed, dat de knoop door
het wrijven heet was geworden. Indien een spijker
in het hout wordt gedreven, en dit eerst gelukt na
een aantal sterke slagen, dan wordt de kop van den
spijker, zoowel als de hamer, warm. Fig. 306 stelt
eeu zeer eenvoudig werktuigje voor, dat uit drie dee-
len bestaat: 1" uit een cilindervormig doosje a b, van
een dekseltje, dat ina zich opent, voorzien, dienende
tot bewaring van eenen geringen voorraad zwam ;
2V uit een hol cilindertje c rf, dat op het doosje ab
goedsluiteud is vastgeschroefd, en, om de zuivere sluiting te bevorderen, tus.
sclieu den onderrand en het bovenvlak van het doosje, in c, een stukje leder
vastklemt, en 3' uit een zuigertje e^ dat van onderen eene kleine uitholing bevat,
waarin zich een haakje n bevindt. Men bevestigt aan het haakje in « een stukje
zwam, plaatst den zuiger boven aan den cilinder in rf. drukt hem zeer snel en
sterk naar beneden, haalt hem daarna zeer spoedig weder uit den cilinder
terug, en het stukje zwam is aangestoken. Neem koud water, giet er een weinig
zwavelzuur bij, en het mengsel zal zeer warm geworden zijn, waarvan wij niet
alleen door het gevoel, maar ook door de opstijgende dampen overtuigd worden.
Deze verschijnselen zouden wij met een groot aantal kunnen vermeerderen.