Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.520
warmte dan beter kau opslorpen, en de kagchels en buizen haar in eene hoogere
mate kunnen uitstralen. Waarom moet het vaatwerk, waarin spijzen of vloei-
stoffen behooren heet gehouden te worden, licht gekleurd en blinkend zijn? Hoe
komt het, dat in eenen zwarten theepot het water veel spoediger koud is dan
in eenen witten of zilveren? W^aarom is het des zomers zoowel als des winteis
goed, lichtgekleurde, glanzende kleederen te dragen ? Om deze reden: des zomers
worden er de zonnestralen door teruggekaatst en ons ligchaam dus niet boven-
mate verwarmd; en des winters verhoeden zulke kleederen de uitstraling der
natuurlijke warmte.
Indien men stukjes doek van verschillende kleur op de sneeuw legt, dau zullen
na eenigen tijd de donker gekleurde het diepst liggen. Bij den differentiaal-
thermometer is de bol, diede warmte moet ontvangen, doorgaans zwart gemaakt.
Indien meu in het brandpunt van den eenen hollen spiegel een stuk ijs brengt en
in het brandpunt van den anderen een thermometer, zoo zal deze dalen, want
de thermometer is hier het warmte-uitstralend ligchaam. De lucht rondom den
thermometer is warmer dan die om het ijs.
4. Dat de warmtestralen even als de lichtstralen worden teruggekaatst, bewijst
ten klaarste de inrigting der brandspiegels. Op de terugkaatsing der warmte
berust hunne geheele werking; de spiegels zeiven worden onder den invloed der
warmtebron in d of c (zie fig. 1S2®) geplaatst, niet merkbaar warm. De terug-
kaatsing der wanntestralen is even als bij het licht regelmatig of onregelmatig,
verstrooid, diffuus. Om de regelmatige terugkaatsing aan te wijzen plaatst men
tusschen de warmtebron l en den thermo-multiplicator T, het scherm u>, zoodat
T onmogelijk van l onmiddellijk warmte kan ontvangen; vervolgens zet men
buiten de regte hjn Tl, dus ter zijde, eene gepolijste oppervlakte, zoodanig dat
deze, de warmtestralen, die zij van l ontvangt naar Tkan overvoeren, en oogen-
blikkehjk wijkt de magneetnaald af. Hierop steunt ook het gebruik vau het
holle spiegeltje r, dat achter de lichtbron door de schroef 6 op verschillende
hoogte kan bevestigd worden. Door dezen spiegel wordt de warmte naar T,
meer geconcentreerd, heengevoerd.
5. De warmtestralen, die niet loodregt op de scheidingsvlakte der nieuwe
middelstof, waarin zij treden, vallen, worden van hunne oorspronkelijke rigting
afgevoerd of gebtvken. Dat zij werkelijk door sommige ligchamen heen gaan
hebben wij meenualen aangetoond. Melloni heeft daarom de ligchamen on-
derscheiden in voor de warmte doordringbare, en daarvoor niet doordringbarc. De
eerste noemde hij diathetmane, de laatste atkermane stoffen. Om het doorlatings-
vermogen der stoffen te onderzoeken, brengt meu de ligchamen in eeu' geschik-
teu vorm en stand op het tafeltje t, onmiddellijk voor de opening o van het
scherm s, in de rigting der van de warmtebron afgezondene stralen, en ziet welk
een' invloed zij na door het ligchaam in t gegaan te zijn op T uitoefenen. Alzoo
heeft men bevonden, dat het doorlatingsvermogen niet iu naauwe betrekking
staat met de doorschijnendheid voor het licht, want steenzout,kalkspaath, gips.