Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.516
oniler, boven of op zijde, bij het heete voorwerp houdt, in eiken stand wijst hij
eene verhooging van temperatuur aan. De stralende warmte verspreidt zich ook
even als het licht in regte lijnen; want indien men een scherm tusschen den ther-
mometer en het warme ligchaam plaatst, ondergaat de eerste geene verandecing,
terwijl hij aanstonds van stand verandert, indien het scherm wordt weggelaten;
een bewijs, dat dus ook de warmtestraling oogenblikkelijk geschiedt.
Dit een en ander, en vele nog te vermeldene eigenschappen der stralende
warmte, ziet men door middel van de holle spiegels bewaarheid, die reeds in
fig 152« zijn afgebeeld.
Het gebruik er van berust op de waarheid, die wij ten aanzien van het terug-
kaatsen eens bals, der geluids- en der lichtstralen hebben ontwikkeld. Ook hier is
het: de hoek van invalling der warmtestralen is gelijk aan den hoek van terugkaatsing.
De bolle spiegels a en 6 (zie fig. 152®) van goed gepolijst, geel koper gemaakt,
zijn parabolisch gebogen, opdat de warmtestralen, die onder verschillende hoe-
ken uit een zeker punt c of rf op den spiegel vallen, en weder onder verschillende,
doch altijd met de eerste gelijke hoeken, worden teruggekaatst, allen na hunne
terugkaatsing evenwijdigaan elkander zouden loopen; en omgekeerd, opdat stralen,
die evenwijdig aan elkander op den spiegel vallen, zich bij hunne terugkaatsing
allen in een punt c of d zouden vereenigen (zie de getittelde lijnen). Dit punt c
OÏ d noemt men \\et brandpunt. Alle warmtestralen, die derhalve uit het punt c
op den spiegel a vallen, kaatsen, evenwijdig aan elkander, naar den spiegel b
terug, worden aldaar weder teruggekaatst en vereenigen zich in het brandpunt
d. Het doel, waartoe men van deze spiegels gebruik maakt, is geen ander, dan
om de warmtestralen, die zich anders te veel verspreiden zouden, grootendeels
op te vangen, meer zamen te trekken (te concentreren) en daardoor de somtijds
zeer geringe werking der stralende warmte te versterken.
Bij het gebruik der spiegels moet men ze beide juist even hoog plaatsen, zoodat
de brandpunten en de middelpunten der spiegels in eene regte lijn liggen. Plaatst
men nu, indien aan die voorwaarden is voldaan, in het brandpunt c van den
eenen spiegel een stukje gloeijend houtskool, dat men door middel van een blaas-
balgje, 't welk achter bij a door eene opening in den spiegel gevoerd wordt,
gloeijend houdt, en bevestigt men in het punt d een weinig tonder of een stukje
zeer drooge zwam, zoo zal dit laatste op een' grooten afstand van c beginnen te
branden. Het gelukte ons met een paar spiegels van 50 duim middellijn door Loge-
man vervaardigd, op een' afstand c d van 11 el een strijkzwavelstokje te ontsteken.
Neemt men het ligt brandbare ligchaam uit het brandpunt f/weg, zoo zal het
niet gloeijeu of vlammen, al bragt men het betrekkelijke veel nader bij c. Op-
merkelijk is het, dat zeer fijne draden, bij voorbeeld spinnewebben of dunne
draden schellak in de hevigste hitte van den brandspiegel niet worden verteerd.
Waarschijnlijk ontstaat zulks daaruit, dat de oppervlakte dér draden in betrek-
king tot hunne massa's zeer groot is, waardoor zij ten gevolge der daar langs
strijkende koude lucht weder zoo spoedig de warmte verliezen als zij die ontvingen.