Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.12
de onderzochte stof dus de warmte geleidde. Alzoo vond men, in verband met
de eerste wijze, dat demetaleu de beste, asch, zijde, haar, stroo, wol, enz. en dus
de minstvaste, of meest poreuse zelfstandigheden, de slechtste warmtegeleiders zijn.
Ziehier in welke orde eenige zelfstandigheden ten opzigte van haar geleidend
vermogen in eenen afdaleuden rang voorkomen, en waarbij de getallen de be-
trekking, waariu zij tot elkander staan, uitdrukken.
goud 1000 ijzer 374 marmer 23
platina 981 zink 363 porselein 12
zilver 973 tin 304 muursteen 11
koper 898 lood 180 water 9
Na het water volgen eerst de houtsoorten.
Het blijkt hieruit, waarom ons oordeel over koude en warmte dikwerf zeer
verkeerd is, en waarom het ijzer in den winter kouder op het gevoel is dan het
hout. Immers het eerste plant .spoediger de warmte in zich voort, en ontneemt
die dus veel rasser aan de huid dan het laatste.
In eene kamer, waar geen vuur brandt, hebben de voorwerpen allen denzelfdcn
warmtegraad, en toch, wanneer men met de bloote voeten van het tapijt op deu
houten vloer, van dezen op de steenen om de haardplaat, en van daar op de
haardplaat zelve treedt, acht men al deze stoffen bij opvolging kouder. Hoe
komt dit?
Er bestaat eene soort van delfstof, asbest geheeten, die zamengesteld is uit
fijne haar- of naaldvormige, buigzame kristalachtige draden, die wel wat van
glas of zijde hebben. Deze stof geleidt zeer slecht de warmte, en schijnt on-
brandbaar: van daar haar naam asbest (onvernietigbaar). Men vindt het asbest
in Italië', Schotland, op Corsica, enz. De Ouden sponnen het asbest, maakten er
tafellakens, mutsen, kleederen, enz. van, en wierpen deze, als zij vuil waren, op
het vuur, waaruit zij na eenigen tijd helder en wit te voorschijn kwamen. Men
heeft deze stof ook wel amiant geuoemd, een woord dat iets uitdrukt, hetwelk
niet kan besmet worden.
Een veel nuttiger gebruik heeft Aldini van deze stof weten te maken. Hij
kwam op het denkbeeld, om zich vau de onbrandbaarheid en het slecht geleidend
vermogen dezer stof te bedienen, ten einde er kleederen van te maken, en daar-
mede de spuitgasten of andere bij eeneu brand zich bevindende personen voor
het vuur onkwetsbaar te maken. Aldini omhing zich daartoe eerst met een kleed
van asbest en wol, welk laatste met eene zekere zoutoplossing doortrokken was,
deed hier overheen een kleed van ijzerdraad, welks afkoelend vermogen reeds
op bladz. 250 is vermeld, en met deze dubbele kleeding gewapend, begaf Aldini,
de zeventigjarige grijsaard, zich midden in de hevigste vlammen.
Men kan het reeds gemelde sterk afkoelende vermogen van metaalgaas op de
volgende wijze aanschouwelijk maken. Men legge op eeu stukje metaalgaas een
papiertje of ander ligt brandend ligchaam, en houde vervolgens het gaas in de
vlam eener goed brandende lamp of kaars, en wel op de plaats, waar het papier