Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
wogen, willen wij eenige van hunne merkwaardigste bijzondere eigenschappen
behandelen. Er is reeds gezegd dat hierdoor de zulken verstaan worden, die
niet allen, maar slechts eenigen toebehooren, en door welke men de ligchamen
van elkander onderscheiden kan. Wij zullen intusschen slechts van die bijzon-
dere natuurkundige eigenschappen van eenige ligchamen gewag maken, die be-
trekking hebben op de wijze, waarop de moleculen of wel de atomen met elkan-
der tot een geheel ligchaam vereenigd ztjn. Er zal dus moeten gehandeld
worden over moleculaire krachten. Wij weten, dat deze zich doen kennen
door aantrekkinrj en afsiooting, en hebben het laatstgenoemde verschijnsel
aangenomen, als hoofdzakelijk te worden voortgebragt door de warmte De
moleculaire krachten zijn derhalve de oorzaak van den aggregatie-toestand
der ligchamen, zij vormen de Ugcluimeu tot vaste en vloeibare e\\ doen de laatste
weder kennen als drupvormige en veérkrachtig e of gasvormige ligchamen.
De moleculaire aantrekking, waarvan hier gesproken wordt, strekt zich dus
niet uit, even als de zwaarte, op groote afstanden, maar op ondenkbaar kleine.
Om deze aantrekking dus te doen uitkomen, moeten de atomen op afstanden wor-
den gebragt, die niet meer voor onze zintuigen waarneembaar zijn. Zij uit
zich dan op misschien slechts schijnbaar verschillende wijden. Wij zullen dus
waarnemen:
a. de aantrekking, tusschen de zeer kleine gelijksoortige dcclen of moleculen van
elk ligchaam als geheel, cohesie genoemd;
b. de aantrekking, tusschen de oppervlakten van gelijk- of ongelijksoortige lig-
chamen, wanneer zij elkander in vele punten aanraken, adhesie geheelen;
c. de aantrekking, die de wanden van naauwe buizen op vloeistoffen uitoefenen
{capillariteit);
d. de aantrekking tusschen de ongelijksoortige atomen van verschillende ligcha-
men, waardoor andere gelijksoortig schijnende ligchamen ontstaan; schei-
kundige of chemische aantrekking genoemd.
Er is reeds in eene der vorige lessen gezegd, dat de atomen der ligchamen
door zekere kracht aan elkander gehecht blijven; het is aan deze kracht toe te
schrijven, dat men bij het verscheuren, rekken, wringen of breken der stoffen
moeite moet aanwenden. Wij kennen haar als eene bijzondere soort van aan-
trekking, en ter oorzake van de wijze, op welke zij zich vertoont, noemt men
haar ook wel kracht van zamenhang, verwantschap van zamenhang of aankleving,
met een vreemd woord, cohesie. Zonder deze kracht zouden er noch vaste, noch
drupvormige, noch luchtvormige stoffen bestaan; niet een ligchaam zou in we-
zen kunnen blijven, alle leven zoude ophouden, en alle stof zou eene losse niet
zamenhangende massa uitmaken.
Meent evenwel niet, dat de kracht van zamenhang in alle stoffen even sterk
werkt: dan zouden zij allen waarschijnlijk in denzelfden toestand verkeeren-
De cohe'sie is zeer zwak bij de luchtvormige vloeistoffen; sterker bij de dru]>vor.