Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
vän zelf op den grond doet voorlrollen. Midden op de bovenoppervlakte bevindt
zich eene trechtervormige bui«, waarin een bal ligt, rustende op eene veêr. Terwijl
het wagentje nu voortloopt, springt laatstgenoemde veêr los, en werpt den bal
in de hoogte; het wagentje vervolgt de beweging en neemt op eenigen afstand
den bal weder mede, die alsdan in de trechtervormige pijp is gevallen. Iemand,
die uit een' voortrijdenden wagen of snelvarend schip springt, loopt gevaar van
te vallen; want zijn geheele ligchaam heeft bij den sprong de beweging van het
rij- of vaartuig, en daar de beenen door de aanraking van den grond plotseling
worden tegengehouden, terwijl het bovenlijf nog immer de verkregene beweging
volgen wil, zoo slaat hij omver en wel in de rigting, die het paard of het schip
op dien oogenblik heeft. Wordt een snel loopende spoortrein plotseling in zijne
vaart gestuit, zoovolharden de achteraan volgende wagens in de eens verkregene
beweging, en dit veroorzaakt soms gevaarlijke botsingen. Als men eene kom met
water snel naar zich toetrekt, stort het water in eene aan ons trekken tegenover-
gestelde rigting uit de kom. Integendeel stort het er aan den anderen kant uit,
indien men eenmaal is begonnen met de kom snel naar zich toe te trekken en
haar daarna plotseling stil houdt. In het eerste geval wilde het water op de
plaats, waar het zich bevond, in rust blijven, en in het laatste wilde het de be-
weging voortzetten, die men er aan gegeven had. Ziehier nog eenige
Toepassingen.
Bij het in beweging brengen van een' zwaar beladen wagen zal meer kracht
moeten worden aangewend, dan om hem, eens in beweging zijnde, daarin te
houden.
Men moet, indien men uit een' rijdenden wagen of een varend schip wil sprin-
gen, den sprcnj nemen in de'rigting, waarin het ry- of vaartuig zich beweegt.
Wanneer men over eene sloot wil springen, moet men eerst eenen gezwinden
loop nemen.
Indien wij na eenen snellen loop ons in de vaart willen stuiten, moeten wij
hel ligchaam achterover buigen.
Door stooten en schudden kan men sneeuw, vuil of stof van de schoenen of
uit de vloerkleeden doen vallen.
Indien een varend schip tegen den wal stoot, vallen de zich daarop bevindende
personen allen in de rigting der beweging, die het scliip had, — nimmer in eene
tegenoverges telde,
TIENDE LES.
Van eenige bijzondere eigenschappen der ligchamen, Cohésie.
Na de voornaamste algemeene eigenschappen der ligchamen te hebben over-