Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.499
299.
strepen tot bij voorbeeld op de hoogte van U Dit
kan geen gevolg zijn der zwaarte van het kleine water-
laagje, dat boven op het kwik in de buis b' ligt; evenmin
kan dit voortvloeijen uit de lucht, die het water in zich
bevat, want men verkrijgt dezelfde uitkomst, als het water
door koken van lucht is bevrijd. Er moeten zich dus dam-
pen uit het water hebben ontwikkeld, welke even als de
lucht eene zekere spankracht bezitten; want een weinig
lucht in de buis gebragt veroorzaakt hetzelfde ver-
schijnsel.
Door dit nederdrukken der kwikkolom kan juist de
grootte der drukking van den waterdamp bepaald worden.
Immers wanneer wij vinden, dat de hoogte«c 15 streep
bedraagt, weet men, dat de kwikkolom 15 streep neder-
waarts gedrukt is, eu daar deze nu zoowel als vroeger raet
de drukking van den dampkring op het kwik in den bak
begrepen evenwigt maakt, zoo drukt de waterdamp even
sterk op den top der kwikzuil als een kwikzuiltje van 15
streep hoogte; de drukking van dit laatste is dus de maat
voor de drukking van den damp, die zich uit het water
ontwikkeld heeft.
Inderdaad men weet soms niet wat meer te bewonderen: de schoone eigen-
schappen der ligchamen zelven, of de schrandere wijze, waarop men er toe ge-
raakt is, om ze te leeren kennen.
Had men in de barometerbuis b" in plaats van water eene andere vloeistof, bij
voorbeeld zwavelether, gedaan, zoo zou de nederdrukking vrij wat aanzienlijker
geweest zijn, ja, bij eenen middelbaren warmtegraad zou de kwikkolom slechts
de helft van de hoogte in 6, waarin geene drukking op deu top der kwikzuil
plaats heeft, bereikt hebben; derhalve zou het uitzettingsvermogen, de span-
kracht of de drukking van den ether gelijk aan eene halve dampkringsdrukking
geweest zijn. Zwavelether is een vocht, dat ontslaat, door gelijke deelen alkohol
en sterk zwavelzuur door middel van een' glazen kromhals over le halen, en is
zeer vlugtig (zie het tafeltje op bladz. 307).
Uit de verschillende proeven, met de luchtpomp in belwerk gesteld, is gebleken,
dat de lucht zich tot in het oneindige uitzet, wanneer alles, wat haar daarin
hinderlijk kan zijn, wordt weggenomen. Juist daardoor was het mogelijk, om
onder den ontvanger der luchtpomp eene bijna volkomen luchlicdigheid tot stand
te brengen; want het overblijvende gedeelte lucht vulde telkens de geheele
ruimte beneden den zuiger weder aan. Eveneens is het nu met de dampen
gesteld: ook zij zetten zich tot in het oneindige uit. Eene kleine hoeveelheid damp
kan dus eene ruimte van eenige duizenden kub. ellen aanvullen. Hierin komen
derhalve de dampen met de gassoorten overeen; maarzij verschillen ook van